Vergunning op ’t nippertje

25.1.046
Norm: Fair play

Enkele dagen voor een groot evenement verleent de gemeente een vergunning om het evenemententerrein uit te breiden. Omwonenden zijn het daar niet mee eens. Zij kunnen bezwaar maken, maar de gemeente beslist daar pas na het evenement over. Om het evenement tegen te houden, kunnen zij nog wel naar de rechter voor een snelle beslissing in een spoedeisende situatie (een zogenaamde voorlopige voorziening). Maar volgens omwonenden is er te weinig tijd om juridisch advies te vragen en een goed verzoek te schrijven.
De ombudsman vindt dat de tijd tussen het bekendmaken van de vergunning en het evenement (vier dagen) veel te kort is. Belanghebbenden hebben zo bijna geen kans om van hun recht gebruik te maken. De gemeente zegt dat het niet anders kan want zij is afhankelijk van het moment waarop de organisator de vergunning aanvraagt. Daar is geen vaste termijn voor. De gemeente zegt wel dat zij bij het verlenen van de vergunning alle belangen goed afweegt. Of dat goed is gegaan, wordt bekeken in de bezwaarprocedure. Of het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen daarover geeft de ombudsman dan ook geen oordeel. Wel over de korte termijn: die is niet goed. De gemeente begrijpt dat meer tijd belangrijk is. Daarom vraagt zij organisatoren om vergunningen zo vroeg mogelijk aan te vragen. Dat is mooi.
De gemeente streeft er in het algemeen naar om uiterlijk vier weken voor het evenement de vergunning te verlenen. Deze termijn geldt niet alleen voor evenementenvergunningen maar ook voor omgevingsvergunningen die daarmee samenhangen. De gemeente denkt erover om de streefdatum voor grote, complexe evenementen te verkorten naar twee weken. Dit heeft wel gevolgen voor omwonenden. Die krijgen daardoor minder tijd om te zorgen voor een goed onderbouwd bezwaar en verzoek aan de rechter. Vanuit het perspectief van omwonenden is er dus reden om van dit voornemen af te zien en dat geeft de ombudsman de gemeente mee.