Van Whatsapp naar adresonderzoek

26.1.012
Norm: regierol

Als een man wil weten hoeveel mensen er op zijn adres staan ingeschreven, neemt hij contact op met de gemeente. Die zegt dat ze dat vanwege privacy niet mogen vertellen. Hij kan de informatie ook op Mijn Overheid vinden, zo verwijst de gemeente. De man zoekt lang, maar vindt de informatie niet. Hij belt weer met de gemeente. Die beroept zich opnieuw op de privacy en stelt voor dat de man een adresonderzoek aanvraagt. Dat is veel werk en de man moet allerlei gegevens invullen van vorige bewoners. Dan wordt hij gebeld door de gemeente en ontvangt hij alsnog de gevraagde informatie. De man vindt het proces erg omslachtig. Dit had eenvoudiger gekund, volgens de man. Hij dient een klacht in, maar die wordt niet naar zijn tevredenheid afgehandeld. Hij meldt zich bij de ombudsman.

De ombudsman kijkt of de gemeente voldoende regie heeft genomen, dus of zij de man niet onnodig van het kastje naar de muur heeft gestuurd. En is privacy hier wel een argument? Een persoonsgegeven is herleidbaar naar een persoon, maar alleen het gegeven hoeveel mensen er wonen, zegt niets over wíe er wonen. Het is dus niet herleidbaar tot een persoon. De gemeente legt uit: omdat zij zorgvuldig omgaat met gegevens, verstrekt zij dit soort informatie alleen aan belanghebbenden. Ze behandelt de informatie dus alsof het een persoonsgegeven is. Anders zou ook een willekeurige buurman die informatie kunnen opvragen. De man stelde zijn vraag eerst via Whatsapp, maar dan kan de gemeente niet met zekerheid vaststellen met wie zij appt. Daarom verstrekt ze in dat geval de informatie niet. De ombudsman kan dat volgen, maar constateert wel dat de gemeente dit niet duidelijk heeft uitgelegd aan de man. Bij het adresonderzoek logt de man in met Digi-D. Dan is zijn identiteit vastgesteld en concludeert de gemeente dat hij belanghebbende is. Daarom kan de gemeente hem dan wel telefonisch informeren.

De gemeente leert van deze situatie. In de werkinstructies stond namelijk wel een duidelijke verwijzing naar Mijn Overheid, waarbij precies aangegeven wordt waar op het portaal de informatie te vinden is. De medewerker heeft dit laatste over het hoofd gezien en daarvoor biedt de gemeente excuses aan. Zij brengt dit nogmaals onder de aandacht van de medewerkers. Dat is netjes. Ook past de gemeente haar werkwijze aan: als inwoners de informatie niet kunnen vinden op Mijn Overheid, kunnen zij voortaan telefonisch geholpen worden, nadat hun identiteit is vastgesteld. Dan hoeft het niet meer via een adresonderzoek.