Van dakloosheid naar onduidelijkheid?
25.2.039
Normen: professionaliteit, transparant, fatsoenlijke bejegening
Halsoverkop verlaat een vrouw met haar kind haar land van herkomst. Het is daar niet langer veilig. Ze gaat terug naar Nederland, waar ze eerder gewoond heeft. Ze heeft een Nederlands paspoort. Eenmaal in Nederland moet ze een plek vinden om te wonen. De gemeente en andere organisaties verwijzen haar naar WIJ. WIJ helpt haar aan plekken om te overnachten. Geen ideale plekken, maar in ieder geval een dak boven hun hoofd. De vrouw wil natuurlijk een plek waar zij en haar kind langer kunnen wonen. Ze denkt dat WIJ haar hierbij ook kan helpen, maar WIJ is hier onduidelijk over. De vrouw vraagt zich daarom af of WIJ wel doet wat ze moet doen. Zeker als ze vervolgens een gesprek heeft met twee WIJ-medewerkers, waarin ze voor haar gevoel ondervraagd wordt. Waarom is ze naar Nederland gekomen? Waarom zorgt de vader van haar kind niet voor hen? Waarom heeft ze zelf geen huis geregeld? Er wordt ook gesproken over het apart opvangen van de vrouw en haar kind. Dan zouden ze dus gescheiden worden. Als ook gezegd wordt dat ze als slechte moeder beschouwd kan worden, omdat ze niet heeft gezorgd dat haar kind onderdak heeft, is de vrouw diep gekwetst. Ze dient een klacht in, maar de reactie daarop neemt het nare gevoel niet weg. Ze gaat naar de ombudsman.
De ombudsman zoekt uit wat de rol van WIJ is. WIJ legt uit dat als inwoners dakloos zijn, WIJ waar mogelijk acute opvang regelt. Daarna gaan ze kijken naar langdurige oplossingen. In het geval van de vrouw is het belangrijk dat zij een remigrant is, geen vluchteling. Omdat zij de Nederlandse nationaliteit heeft, heeft zij meer mogelijkheden dan vluchtelingen om zelf iets te regelen. Ze komt dus niet in aanmerking voor bijvoorbeeld vluchtelingenopvang. Ook de maatschappelijke opvang is niet passend. Die is bedoeld voor mensen die verminderd zelfredzaam zijn en begeleiding nodig hebben, zo legt WIJ uit. En daar is maar een beperkt aantal plekken. WIJ heeft dan ook van de gemeente de opdracht om kritisch te bespreken waarom remigranten de opvang niet hebben geregeld voordat zij naar Nederland kwamen.
WIJ kan zich wel voorstellen dat de vragen de vrouw rauw op het dak vielen, omdat hier eerder niets over gezegd is en er mogelijk andere verwachtingen zijn ontstaan. Daarom biedt WIJ in de klachtbehandeling excuses aan en geeft WIJ aan dat zij de vrouw beter had moeten voorbereiden op het gesprek. WIJ zegt verder dat ze nooit dreigen met het scheiden van ouder en kind of een melding bij Veilig Thuis vanwege dakloosheid. Het doel is altijd om ouder en kind samen op te vangen. Maar als dat niet meer lukt, en dakloosheid dreigt, dan proberen ze voor minderjarige kinderen altijd iets te regelen. En dan kan het zijn dat moeder en kind (tijdelijk) niet samen opgevangen worden. Dakloosheid betekent ook niet per definitie een onveilige situatie voor een kind. Dat kan soms zo zijn, maar dat verschilt per situatie. Het is niet de bedoeling van WIJ geweest om de vrouw bang te maken dat ze van haar kind gescheiden wordt omdat ze niet voor onderdak gezorgd heeft. De ombudsman vertrouwt hierop en ziet ook dat WIJ aanpassingen doet om te zorgen dat zo’n ervaring hopelijk niet meer voorkomt.