Reclame die blijft hangen

26.3.001

Een man meldt zich bij de ombudsman. Hij heeft een aanslag voor reclamebelasting 2025 ontvangen, terwijl hij eind 2024 is gestopt met zijn bedrijf en geen eigenaar meer is van het pand. Aan de gevel hangen nog lichtbakken met reclame van zijn voormalige onderneming. De nieuwe eigenaar wil deze lichtbakken gaan gebruiken. De man kan deze nu niet meer zelf verwijderen omdat hij geen zeggenschap meer heeft over het pand. Volgens hem is het ook geen reclame meer, omdat er geen actief bedrijf meer achter zit. Zijn bezwaar tegen de aanslag is door het Noordelijk Belastingkantoor (NBK) afgewezen.

De ombudsman ziet dat de man in een lastige positie zit: hij heeft geen zeggenschap meer over het pand, maar wordt wel aangeslagen. Tijdens het gesprek met de ombudsman wordt afgesproken dat er navraag wordt gedaan bij het NBK.

Het NBK licht toe dat reclamebelasting niet alleen gaat over reclame-uitingen, maar over openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De lichtbakken met reclame vallen volgens hen onder die definitie. De belastingplichtige is degene waarop de reclame-uiting betrekking heeft. In dit geval ziet het NBK de man nog steeds als belastingplichtige.

Tegelijkertijd erkent het NBK dat er weinig jurisprudentie is over deze relatief nieuwe belasting. Bij herbeoordeling komt het NBK tot de conclusie dat er mogelijk geen sprake meer is van een rechtstreeks belang. Op basis daarvan besluit het NBK de aanslag alsnog in te trekken.

Het bezoek aan de ombudsman heeft effect gehad: de aanslag wordt ingetrokken