Gevonden, maar toch kwijt
26.1.015
Norm: betrouwbaarheid
Een man verliest zijn portemonnee. Een dag later wordt deze gevonden en bij de gemeente ingeleverd. Als de man de portemonnee enkele dagen later ophaalt, blijkt alles nog in zijn portemonnee te zitten, behalve zijn identiteitskaart. De gemeente heeft deze vernietigd. De reden? Om fraude te voorkomen en omdat het moet van de wet, aldus de gemeente. De man begrijpt niet waarom zijn identiteitskaart niet gewoon is bewaard. Nu moet hij een nieuwe identiteitskaart aanvragen en heeft hij dus extra kosten. Het risico op fraude was volgens hem verwaarloosbaar.
De ombudsman onderzoekt of de gemeente zich aan de regels heeft gehouden en of zij goed heeft uitgelegd waarom de identiteitskaart niet kon worden teruggegeven. En dat is zo. Op grond van de Paspoortwet moet een gevonden legitimatiebewijs worden ingenomen en vervolgens ongeldig gemaakt worden of vernietigd. De gemeente heeft hierin geen ruimte om af te wijken. Ook niet als de identiteitskaart pas kort daarvoor verloren is en vrijwel direct teruggevonden is. De extra kosten voor een nieuwe identiteitskaart zijn vervelend voor de man, maar de gemeente heeft netjes gehandeld.