Fietsenrekken staan in de weg
25.1.032
Norm: goede motivering
Voor de woning van een vrouw worden vaste fietsenrekken geplaatst. Volgens de vrouw blokkeren de rekken de doorgang, helemaal voor scootmobiels. Ze meldt dit bij de gemeente en verzoekt de fietsenrekken te verwijderen. De gemeente zegt dat de rekken zonder overleg zijn geplaatst en de gemeente hiertegen niets kan doen. Dat verbaast de vrouw en ze gaat naar de ombudsman.
Omdat haar klacht nog niet bekend is bij de gemeente, stuurt de ombudsman die voor behandeling door naar de klachtenfunctionaris. Die laat na onderzoek de vrouw weten dat de reactie op haar melding onvoldoende is geweest. Met het overleg dat niet zou hebben plaatsgevonden, bedoelt de gemeente het overleg tussen twee gemeentelijke afdelingen. De rekken zijn echter na overlastmeldingen wel degelijk in opdracht van de gemeente geplaatst. De gemeente stelt verder vast dat de doorgang niet wordt belemmerd. Ook niet voor scootmobiels. Wel ziet zij nog ruimte om de rekken wat verder naar de kant te verplaatsen. Als de gemeente de vrouw de uitkomst van de klachtenbehandeling meldt, geeft de vrouw aan dat zij een oordeel wil van de ombudsman. De gemeente stuurt de klacht en de reactie vervolgens door naar de ombudsman.
De ombudsman heeft op de bewuste plek gekeken. Op basis hiervan en de reactie van de gemeente stelt de ombudsman vast dat de gemeente netjes op de klacht heeft gereageerd. Ook is de uitleg duidelijk waarom de fietsenrekken zijn geplaatst en waarom er geen aanleiding is om de fietsenrekken te verwijderen. Tijdens het onderzoek heeft de gemeente de rekken verplaatst zodat er nog meer ruimte is om te passeren en dat is mooi.