Eerst vakantie, dan onderzoek

25.1.068

Een vrouw vraagt om een WMO-voorziening bij WIJ. WIJ moet onderzoeken of zij recht heeft op deze voorziening en de gemeente hierover adviseren. Dat onderzoek komt maar niet. Pas na maanden aandringen krijgt zij een keukentafelgesprek. Tijdens dat gesprek gaat het niet over haar aanvraag. De wettelijke behandeltermijn is ondertussen al ruim voorbij. Een vervolgafspraak kan door de vakantieperiode pas een maand later. Daar wil de vrouw niet meer op wachten. Ze wil bezwaar maken en heeft daarvoor een besluit nodig. Die krijgt ze en ze maakt bezwaar bij de gemeente. Van de gemeente hoort ze dat ze toch weer met WIJ in gesprek moet. In plaats van sneller lijkt het weer langer te duren voordat ze duidelijkheid krijgt over de door haar aangevraagde WMO-voorziening. Gelet op haar eerdere ervaringen bij WIJ heeft de vrouw weinig vertrouwen dat WIJ het nu wel snel oppakt.
De ombudsman vraagt de behandelaar van het bezwaar waarom de vrouw weer opnieuw naar WIJ moet. Die legt uit dat zij voor een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar het advies van WIJ nodig heeft. Omdat WIJ nog geen onderzoek heeft gedaan, terwijl dat wel moest, is er geen advies. De gemeente doet zelf geen onderzoek. Daarom wil zij WIJ vragen om alsnog onderzoek te doen. Als de vrouw niet meewerkt, zal het bezwaar worden afgewezen omdat er geen onderzoek is. Om de vrouw gerust te stellen zegt de gemeente dat WIJ een termijn van vier weken krijgt om het onderzoek en het advies af te ronden. De gemeente houdt dit in de gaten. De vrouw laat de ombudsman weten zij hierdoor weer wat vertrouwen heeft en instemt met het onderzoek door WIJ. Als de ombudsman dat doorgeeft meldt de behandelaar vervolgstappen te zullen nemen zodat het onderzoek snel kan starten.