Een spandoek met een mening

26.1.001

Een spandoek in een weiland met daarop een oproep om te stemmen op je favoriete politieke partij. Dat leek een man een goed idee. Zonder resultaat. Het spandoek komt er niet. Volgens de man wordt zijn vrijheid van meningsuiting aangetast door een leemte in de omgevingswet. Hij heeft dit signaal afgegeven bij de politiek maar ziet ook een rol voor de ambtenaren om de politiek op dit hiaat te wijzen. En daar zou de ombudsman dan weer achteraan kunnen gaan, zo stelt de man.

De ombudsman vraagt eerst maar eens na wat de regels zijn.
Een spandoek met een verkiezingsuiting wordt in het gemeentelijk reclamebeleid gezien als een reclame-uiting. Het plaatsen ervan geldt als het neerzetten van een tijdelijk bouwwerk en daarvoor is een omgevingsvergunning nodig. Die kan worden aangevraagd via het omgevingsloket. Een tijdelijk bouwwerk, legt de gemeente uit, past vaak niet binnen het bestemmingsplan van de locatie. Een weiland heeft bijvoorbeeld vaak een agrarische bestemming. In dat geval vat de gemeente de aanvraag voor een vergunning automatisch op als een verzoek om medewerking te verlenen aan een ‘benodigde afwijking van het omgevingsplan’ (Bopa). Een traject voor een Bopa duurt lang en brengt kosten met zich mee.

De man vindt dit allemaal niet fraai. Hij vindt zeker dat het hem goed wordt uitgelegd door de gemeente, maar hij blijft bij zijn mening dat het beleid niet passend is voor deze situatie. De ombudsman begrijpt dat het ingewikkeld voelt als je denkt een eenvoudig spandoek te plaatsen, maar ze kan de redenering van de gemeente goed volgen. Daarom sluit zij het dossier.