Een kwestie van vertrouwen

25.1.018
Norm: onpartijdigheid

Een man krijgt via de gemeente hulp bij het maken van een ondernemingsplan. Deze begeleiding voldoet niet aan zijn verwachtingen en hij klaagt hierover bij het bedrijf zelf én bij de gemeente. De gemeente heeft dit bedrijf toegewezen en heeft dus ook een verantwoordelijkheid, vindt de man. Vanaf dat moment verandert er voor zijn gevoel iets. Het lijkt alsof de medewerkers van het bedrijf hem anders behandelen, alsof ze zijn klacht persoonlijk opvatten. Het eindrapport dat het bedrijf schrijft gaat alleen over hun samenwerking, niet over zijn ondernemingsplan. Het geeft onterecht een negatief beeld, zegt de man. Het rapport speelt volgens de man wel een grote rol in het besluit van de gemeente om zijn aanvraag voor een Bbz-krediet af te wijzen. De man stelt dat de gemeente kritiekloos uitgaat van het oordeel van het bedrijf. Hij voelt zich als individu machteloos tegenover twee organisaties en gaat naar de ombudsman.

De ombudsman ziet dat de gemeente de aanvraag afwijst omdat het ondernemingsplan niet op alle punten voldoet aan de eisen. Daardoor kan de gemeente het plan niet gebruiken om bijvoorbeeld te toetsen of de onderneming levensvatbaar is. En dus verstrekt de gemeente geen Bbz-krediet. Dat is een logische redenering. De gemeente vertelt dat het ingehuurde bedrijf geen advies geeft of iemand wel of niet een onderneming kan starten. Het eindrapport speelt dus geen rol bij de beslissing van de gemeente. De gemeente handelt hier dan ook niet partijdig.

Dat lijkt anders bij de behandeling van het bezwaar dat de man heeft ingediend. De man legt in zijn bezwaar uit waarom hij vindt dat zijn ondernemingsplan wél aan de eisen voldoet. De gemeente stuurt zijn bezwaar door naar het ingehuurde bedrijf. Dat is op zich in het kader van hoor en wederhoor, niet onbehoorlijk. Later stuurt de gemeente de reactie van dit bedrijf weer door naar de man. Hierbij meldt de gemeente de man alleen dat zij, gezien de reactie van het bedrijf, geen reden ziet om haar eerdere besluit te veranderen. De ombudsman constateert dat de gemeente zelf niet inhoudelijk reageert op de argumenten van de man. Ook legt de gemeente niet uit hoe zij de twee visies gewogen heeft, en waarom dit toch het eerdere besluit niet verandert. De man krijgt de kans om nog gehoord te worden, maar doet dit niet want hoe groot is de kans dat de gemeente dan alsnog het besluit verandert, als zij nu al zo duidelijk aangeeft hier geen reden voor te zien? De ombudsman kan zich voorstellen dat het voor de man lijkt alsof de gemeente alleen de visie van het bedrijf meeneemt. En dat de man er hierdoor geen vertrouwen in heeft dat zijn bezwaar onpartijdig behandeld wordt.