De vraag achter de vraag
25.2.025
Normen: Transparantie, goede motivering, luisteren naar de burger
Als één iemand in een gezin problemen heeft, heeft soms het hele gezin daar last van. Daarom vraagt een moeder aan WIJ hulp in het gezinssysteem. Na jaren krijgt haar zoon eindelijk de hulp die hij nodig heeft, maar in die tijd is wel frictie ontstaan binnen het gezin. De gezinsleden vinden het lastig om goed met elkaar om te gaan en de vrouw wil hier graag hulp bij. Zodat het weer gezellig wordt in huis. Ze vraagt systemische ondersteuning aan WIJ en die zegt toe dat een zorg verlenende instantie dit kan bieden.
Dan ineens gaat het niet meer door, omdat WIJ zelf hulp kan bieden. Welke hulp? Dat weet de vrouw niet zo goed. Er komt nu iemand van WIJ met enige regelmaat bij haar thuis, maar die spreekt alleen met haar, niet met de kinderen. De vrouw heeft het gevoel dat WIJ denkt dat zijzelf het probleem is en daarom de hulp op haar inzet in plaats van op het gezinssysteem.
De kinderen gaan in het weekend naar zogenoemde ‘steungezinnen’. Zodat iedereen even bij kan tanken. Het probleem is dat haar ene kind steeds meer in het steungezin blijft en steeds minder thuis is. De vrouw heeft het gevoel dat de gezinsleden steeds verder uit elkaar groeien, terwijl ze juist hulp vroeg om meer samen te komen.
Als zij haar zorgen bij WIJ uit, vindt ze geen gehoor. WIJ bemiddelt niet in de relatie met het steungezin en blijft het juist aanmoedigen dat haar kind daarheen gaat. De vrouw vindt het lastig om echt een vuist te maken en de hulp te stoppen. Ze is bang voor de gevolgen. Wat gebeurt er als ze niet meewerkt aan de hulp die WIJ haar biedt? Worden haar kinderen dan uit huis geplaatst? Als ze in een lange e-mail weer haar zorgen uit, en ook haar angst voor wat er gebeurt als ze niet mee werkt, naar WIJ, krijgt ze hierop nauwelijks respons. Dan gaat ze naar de ombudsman.
De ombudsman vraagt aan WIJ hoe de hulp tot stand is gekomen. Over de rol van WIJ bij het steungezin is WIJ wat vaag. Eerst zegt WIJ dat zij niet betrokken is en dus ook geen rol heeft. Later geeft WIJ aan dat een andere tak van WIJ hierbij betrokken is geweest. Dat is verwarrend. Voor de inwoner is WIJ WIJ, of dat nou het WIJ-team in de wijk is of een WIJ-medewerker op school. Het is logisch dat de vrouw dan denkt dat WIJ een rol kan spelen bij het steungezin.
WIJ legt uit welke hulp er verder ingezet is. Dat blijkt wel systemische ondersteuning te zijn. Alleen is de hulp gestart door WIJ zelf, vanuit Basis Jeugdhulp (BJH) en niet door een andere organisatie zoals eerst besproken was. WIJ legt verder uit dat ondersteuning binnen het hele gezin niet mogelijk bleek, omdat de kinderen niet wilden meewerken. Omdat WIJ hen niet kan dwingen, bieden ze de vrouw wel hulp. Soms helpt het al voor het hele gezin als één gezinslid anders met de situatie omgaat. Dat kan de ombudsman volgen. De ondersteuning was dus wel degelijk bedoeld om de het hele gezinssysteem te verbeteren.
De ombudsman ziet wel dat WIJ in haar schriftelijke communicatie voorbijgaat aan de zorgen die de vrouw uit. De feitelijke vragen van de vrouw worden beknopt beantwoord, maar WIJ reageert niet op de angst die duidelijk te lezen is in de berichten van de vrouw. De ombudsman kan zich voorstellen dat de vrouw zich hierdoor niet gehoord voelt. Van een hulpverleningsorganisatie mag verwacht worden dat zij de vraag achter de vraag zien en beantwoorden. WIJ handelt op dit punt niet behoorlijk.