Zorg zonder budget

Een vrouw ontvangt begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb). Haar indicatie loopt af, maar ze vraagt ruim op tijd verlenging aan. Ze heeft vervolgens meerdere gesprekken met WIJ. De vrouw moet herhaaldelijk begeleidingsplannen aanpassen, maar het blijft voor haar onduidelijk waar het plan precies aan moet voldoen. Intussen verloopt haar indicatie. De begeleiding gaat wel door, maar er is geen budget meer om die zorg te betalen.

De vrouw en haar zorgverlener melden zich bij de ombudsman. Deze vrouw is niet geholpen met een onderzoek van de ombudsman dat terugkijkt hoe het is gelopen. Voor haar is het belangrijk dat er een einde komt aan de onzekerheid en dat haar zorgverlener betaald wordt voor zijn werk. De ombudsman legt uit dat zij niet beslist of het PGB verlengd moet worden. Maar omdat het traject al zo lang duurt en het einde niet in zicht lijkt, doet de ombudsman wel een snelle actie. Zij vraagt zowel WIJ (die het onderzoek doet) als de gemeente (die besluit) of er nog een oplossing is voor de periode waarin nog geen besluit genomen is, maar wel zorg geleverd wordt. Dan blijkt dat het onderzoek inmiddels vergevorderd is. Het laatste begeleidingsplan is goedgekeurd en er wordt gewerkt aan een advies van WIJ. Daarna zal dan een besluit van de gemeente volgen. Dat zal een einde aan de onzekerheid maken. De gemeente kijkt ook wat er mogelijk is voor de periode na het aflopen van de indicatie. De gemeente is zeker niet verplicht om met terugwerkende kracht een indicatie toe te kennen – ook niet als iemand die al een indicatie had en de bestaande zorg is doorgegaan in afwachting van de aanvraag. Maar omdat de gemeente ziet dat de aanvraag van de vrouw niet helemaal goed is behandeld, en de belangen van de vrouw en haar zorgverlener zwaar wegen, kent zij met terugwerkende kracht PGB toe. Zo krijgt de zorgverlener alsnog betaald.

Norm: voortvarendheid (26.1.024)