Vader klaagt, zoon krijgt antwoord
Losse tegels in het trottoir kunnen gevaarlijk zijn. Een oudere man maakt zich daar erg druk over omdat de slechte betegeling bij hem in de buurt ertoe leidt dat (nog) oudere mensen met hun rollator niet over de stoep maar over de straat lopen. Dat is onveilig en in ieder geval onnodig, volgens de man. Hij heeft daarover een melding gedaan bij de gemeente, maar hoort niets terug.
Dat is niet zoals het hoort en de ombudsman doet navraag. Dan blijkt dat de gemeente wel degelijk contact heeft opgenomen via het 06 nummer dat bij de melding stond aangegeven. Dat is alleen niet van de man, maar van zijn zoon. Aan de zoon is voorgesteld dat hij, of zijn vader, doorgeven aan de gemeente over welke tegels het gaat. Dat hebben ze niet gedaan. En nu wacht de vader op de gemeente en gemeente op de zoon.
De ombudsman stelt voor dat de gemeente nog eens contact opneemt, maar nu met de vader. Dat is tenslotte de melder. Ook aan de vader wordt voorgelegd dat hij aangeeft om welke tegels het gaat. Dat is hij niet van plan. Hij vindt dat de hele stoep aandacht nodig heeft. De gemeente legt uit dat voor dit gebied het trottoir op beeldniveau wordt beoordeeld (onderhoudsniveau C). Voor een hele stoep is onvoldoende budget. Dat valt bij de vader in verkeerde aarde. De gemeente zegt daarop toe een snelle inspectie uit te voeren om te kijken of er zodanig gevaarlijke plekken zijn dat direct onderhoud nodig is. Daarmee laat de gemeente zien de melding serieus te nemen en snel te reageren.
Norm: goede informatieverstrekking (26.1.054)