De rechter is de baas
Norm: betrouwbaarheid (26.2.002)
Een rechter besluit dat de begeleide omgang van een man met zijn kinderen moet worden uitgebreid. Hij geeft daarbij mee dat WIJ samen met de ouders kan kijken of een andere organisatie een deel van de begeleiding van WIJ kan overnemen. Anderhalve maand na de uitspraak neemt de man contact op met de ombudsman. De omgang is nog steeds niet uitgebreid. De man heeft geen vertrouwen meer in WIJ en wil dat de andere organisatie de gehele begeleiding verzorgt. Volgens hem wil die organisatie dat ook, maar werkt WIJ niet mee aan de overdracht van het dossier. Daarom vindt hij dat WIJ de uitspraak van de rechter niet goed uitvoert.
De ombudsman doet navraag bij WIJ. WIJ laat weten dat de ouders verschillende wensen hebben over de omgang. Er is inmiddels een nieuwe casemanager aangesteld die met beide ouders in gesprek wil. Alleen is het volgens WIJ moeilijk om contact te krijgen met de man. Als het contact wel tot stand komt geeft de man aan dat hij geen begeleiding meer wil van Basisjeugdhulp (van WIJ) en uitsluitend verder wil met de andere organisatie. Volgens WIJ kan de uitbreiding prima worden uitgevoerd binnen Basis jeugdhulp. Dus komt de andere organisatie niet in beeld. Als Basis jeugdhulp de begeleiding kan uitvoeren dan is er sprake van een voorliggende voorziening en moet begeleiding door de andere instantie worden afgewezen. Tegen het besluit hierover kan de man bezwaar maken.
De ombudsman geeft deze informatie door aan de man. De man ontkent overigens dat hij moeilijk bereikbaar was voor WIJ. Volgens hem heeft WIJ pas contact gezocht nadat zijn advocaat en de ombudsman zich hadden gemeld. Omdat WIJ volgens hem lange tijd niets had laten horen, is zijn vertrouwen in WIJ verdwenen. Intussen is er volgens de man een nieuwe rechtszitting gepland. De man hoopt dat de rechter daar zal beslissen dat de andere organisatie de begeleiding gaat verzorgen.