U bent hier

Wie zegt op?

Trefwoorden: wmo-voorziening, indicatie, corona

Tot haar verbazing ontvangt een vrouw een besluit dat haar indicatie voor huishoudelijke hulp is ingetrokken omdat zij die heeft opgezegd. Dit klopt niet en zij neemt hierover direct contact op met WIJ. Die hoort vervolgens van de zorgaanbieder dat niet de vrouw maar de zorgaanbieder de hulp heeft opgezegd. Hoewel voor WIJ en de gemeente (die het intrekkingsbesluit heeft genomen) dan duidelijk is dat het besluit op dit punt niet klopt, wordt het besluit niet aangepast en de huishoudelijke hulp niet opgestart. Dat gebeurt pas nadat zij een bezwaarschrift en een klacht indient. Met als gevolg dat zij vier maanden zonder de voor haar noodzakelijke huishoudelijke hulp zit. De vrouw wil de maanden misgelopen hulp alsnog ontvangen om het achterstallig onderhoud weg te werken, dat hierdoor is ontstaan.
De ombudsman krijgt van WIJ en de gemeente te horen dat een gemeentelijke medewerker per vergissing heeft aangenomen dat de beëindiging op verzoek van de vrouw gebeurde. Hoewel de fout hiermee wordt verklaard, stelt de ombudsman vast dat de motivering van het intrekkingsbesluit niet direct is gecorrigeerd nadat de gemeente en WIJ op de hoogte waren van de fout. Dit getuigt naar oordeel van de ombudsman niet van een goede organisatie. Daar komt bij dat als de fout tijdig was hersteld dit de bezwaarschriftenprocedure had kunnen voorkomen met alle stress die dit voor de vrouw meebracht. Toen WIJ begreep dat de vrouw de huishoudelijke hulp niet had opgezegd, heeft ze direct contact opgenomen met de gemeente. De bedoeling was om de vrouw van zorgaanbieder te kunnen laten wisselen.
Volgens de gemeente was daarvoor echter een nieuwe beschikking nodig. WIJ is toen de procedure hiervoor gestart en een maand later kon de huishoudelijke hulp worden opgestart. Op dat moment durfde de vrouw in verband met het coronavirus de hulp nog niet bij haar te laten komen. De vrouw heeft vervolgens 2 maanden later contact opgenomen met de nieuwe zorgaanbieder en kreeg vanaf dat moment huishoudelijke hulp. WIJ en de gemeente geven aan dat er toen voor 4 maanden een extra uur per week huishoudelijke hulp is geïndiceerd om het achterstallig schoonmaakwerk weg te werken. De ombudsman constateert dat WIJ de kwestie met de nodige voortvarendheid heeft aangepakt maar de huishoudelijke hulp vanwege begrijpelijke omstandigheden later is opgestart. Daarnaast blijken WIJ en de gemeente rekening te hebben gehouden met het achterstallig onderhoud dat hierdoor kan zijn ontstaan en dat is netjes. Mocht daar onverhoopt nog steeds sprake van zijn dan raadt WIJ de vrouw aan om hierover contact met WIJ op te nemen. Dan kan bekeken worden welke oplossingen hiervoor nog zijn.