U bent hier

Onzichtbare kunst

Trefwoorden: zienswijze, inspraak, vergunning

Een man vraagt de ombudsman of de gemeente zonder inspraak openbare kunst kan onttrekken aan het publieke domein. Het gaat om het kunstwerk op het plafond van het te renoveren stadhuis. Hij is van mening dat de gemeente ‘achteloos omgaat met openbare kunst’.
De ombudsman bestudeert de stukken en de bekendmakingen in het gemeenteblad. Op basis daarvan stelt ze vast dat de gemeente melding heeft gemaakt van het voornemen om een vergunning af te geven voor de restauratie van het stadhuis. Over dit voornemen konden mensen gedurende een aantal weken “zienswijzen” indienen bij de gemeente.
In het definitieve besluit van de gemeente staat dat zij 3 ingediende zienswijzen heeft overgenomen. Daardoor blijven de betreffende kunstwerken op hun plek. Wel worden ze voorzien van een zogenaamde ‘facing’ waardoor ze onzichtbaar worden. Dit definitieve besluit van de gemeente kan alleen nog in beroep aan de orde worden gesteld door een belanghebbende. Dat heeft de gemeente de man ook meegedeeld. In zo’n procedure heeft de ombudsman geen rol.
Als reactie op de vraag van de man stelt de ombudsman vast dat er in dit geval wel een inspraakmogelijkheid is geweest. Dat was ten tijde van de zienswijzefase.