U bent hier

Onduidelijkheid leidt tot zorgen

Trefwoorden: woonomgeving, informatieverstrekking, hulpdiensten, luisteren

De woonboot van een vrouw ligt al 20 jaar op een vaste ligplaats aan een plein. De boot is alleen te bereiken via dit plein. Sinds de gemeente het plein verhuurt aan een nieuwe huurder, krijgt de vrouw van de gemeente geen duidelijkheid over haar rechten en plichten. Zo vraagt de vrouw zich af hoe het zit met het gebruik van haar geveltuin op de walkant en de meterkast die zich bevindt op het plein. Ook maakt de vrouw zich grote zorgen over de bereikbaarheid van haar woonboot door hulpdiensten nu er een omheining om het plein is geplaatst. Gedurende meer dan een jaar heeft de vrouw hierover diverse keren contact gehad met de gemeente. De gewenste duidelijkheid krijgt zij echter niet. Daarom legt zij haar klacht voor aan de ombudsman.

De ombudsman stelt een onderzoek in en concludeert dat de gemeente, ook na vragen van de ombudsman, niet ingaat op de juridische positie van de vrouw. De ombudsman oordeelt dat de gemeente niet goed heeft geluisterd naar de vrouw.

Ten aanzien van de rechten van een ligplaatshouder lijkt het de ombudsman in elk geval dat de ligplaats bereikbaar moet zijn en dat de gemeente dit als vergunningverlener moet garanderen. Bij een onderzoek ter plaatse constateert de ombudsman dat er in de nabijheid van de woonboot openingen in het hekwerk zijn gelaten waarlangs de vrouw haar woonboot te voet kan bereiken. Verder begrijpt de ombudsman dat zij toegang kan krijgen tot een zakpaal zodat zij ook met de auto bij haar woonboot kan komen. Daarmee lijkt de bereikbaarheid van de woonboot gewaarborgd.
Wat de overige rechten en plichten van de ligplaats betreft, is er nog geen duidelijkheid. Aangezien de gemeente de ligplaatsvergunning heeft verstrekt, is zij de aangewezen instantie om de vrouw hierover te informeren. De ombudsman doet de aanbeveling aan de gemeente om zo spoedig mogelijk met de vrouw in gesprek te gaan. Eventueel kunnen daarna afspraken door de gemeente schriftelijk worden vastgelegd.

Over de toegankelijkheid voor hulpdiensten krijgt de vrouw, tijdens het onderzoek van de ombudsman, alsnog informatie die de Veiligheidsregio een half jaar eerder aan de gemeente heeft verstrekt. De ombudsman stelt vast dat de informatie van de Veiligheidsregio geen rekening heeft kunnen houden met het hekwerk dat naderhand is geplaatst. De gemeente laat weten dat de huurder inmiddels een afspraak met de Veiligheidsregio heeft om te zorgen dat ook de hulpdiensten toegang krijgen tot de zakpaal. Mocht dit een feit zijn dan hoeft de vraag niet meer beantwoord te worden of het hekwerk een belemmering voor de hulpdiensten vormt. Enkele weken later laat de gemeente weten dat een gesprek met de vrouw gepland is en ook dat de hulpdiensten gebruik kunnen maken van de zakpaal. Daarmee is die zorg bij de vrouw weggenomen.