U bent hier

Onderzoeken SSC

Persoonsgegevens gedeeld 19.1.032


Trefwoorden: privacy, bezwaarschrift

Een vrouw dient, mede namens enige buurtbewoners, een pro forma bezwaarschrift in tegen een door de gemeente verleende omgevingsvergunning. De gemeente stuurt de vrouw een ontvangstbevestiging. In deze brief vermeldt de gemeente dat zij een kopie van het bezwaarschrift, ter informatie, naar de vergunninghouder heeft gestuurd. Daarbij geeft de gemeente aan de persoonlijke gegevens van de vrouw onleesbaar te hebben gemaakt, met uitzondering van haar naam en adres. De vrouw vindt het erg vervelend en voorbarig dat de vergunninghouder nu al beschikt over haar gegevens. Volgens haar was er slechts sprake van een pro forma bezwaar, alleen ingediend om de termijn veilig te stellen. Over het verstrekken van de persoonsgegevens aan de vergunninghouder heeft de vrouw zich beklaagd bij de gemeente. Omdat zij niet tevreden is met de reactie die zij hierop krijgt, meldt zij zich bij de ombudsman. Deze stelt een onderzoek in en schakelt hierbij ook een deskundige in die advies uitbrengt. De ombudsman stelt, op basis hiervan, dat de wet bepaalt dat iemand die bezwaar indient zijn naam- en adresgegevens moet vermelden in het bezwaarschrift. Dat betekent dat een bezwaarmaker uit de anonimiteit treedt, zodra hij bezwaar maakt. Deze gegevens zijn onder andere van belang om te beoordelen of de indiener van het bezwaarschrift belanghebbende is, in de zin van de wet. Op grond van de wet is er alleen sprake van het mogen geheimhouden van gegevens als er gewichtige redenen zijn. De vrouw heeft niet aangegeven dat er sprake is (geweest) van dergelijke gewichtige redenen. De gemeente geeft aan dat er maar één soort bezwaarschrift is en stelt een vergunninghouder er meteen van op de hoogte als er een (pro forma) bezwaar is ingediend. Het is de houder van een vergunning niet verboden om van de vergunning gebruik te maken, ook al is of kan daartegen bezwaar worden gemaakt. Een vergunninghouder heeft er belang bij om te kunnen beoordelen of het bezwaar succesvol zou kunnen zijn. Daarvoor is in de eerste plaats relevant of de indiener als belanghebbende kan worden beschouwd. Vanuit deze redenering zet de gemeente duidelijk uiteen waarom zij van een bezwaarmaker de naam- en adresgegevens doorgeeft aan de vergunninghouder. Daarbij moet worden bedacht dat een vergunninghouder in ruimtelijke zaken, zonder indicatie van het adres van de bezwaarmaker, lastig een inschatting kan maken van de belanghebbendheid. De ombudsman kan deze redenering van de gemeente volgen en acht het verstrekken van de gegevens van de vrouw aan de vergunninghouder dan ook niet onbehoorlijk.