Tekstgrootte
kleiner groter

Onderzoeken Stadstoezicht

Over de lijn 18.1.017

Trefwoorden: handhaving, parkeren, gehandicapten

Een dochter is niet tevreden over de afhandeling van haar klacht en wendt zich tot de ombudsman. Haar klacht gaat over de gehandicaptenparkeerplaats van haar moeder. Die wordt vaak gedeeltelijk in gebruik genomen door andere auto’s. Die staan dan geparkeerd met de voor- of achterbanden op de parkeerplaats van haar moeder die wel ruimte moet hebben om haar rolstoel in de auto te leggen. De dochter vindt dat de gemeente onvoldoende handhaaft.
Tijdens het onderzoek van de ombudsman legt de gemeente uit dat zij een boete van € 380,-  kan opleggen als er onbevoegd wordt geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats. Bij gebrek aan een exacte omschrijving in de regelgeving van het begrip ‘parkeren’ legt de gemeente dit zodanig uit dat de auto ‘zichtbaar ruimte moet innemen’ op de gehandicaptenparkeerplaats. Dit wordt per geval en op grond van de omstandigheden beoordeeld door de toezichthouders. Daarbij is van belang dat zij niet verplicht zijn om een boete op te leggen.
De gemeente laat de ombudsman ook weten dat de belijning van de parkeerplaats van moeder enkele maanden eerder opnieuw is aangebracht, waarmee duidelijker is voor andere parkeerders waar deze parkeerplaats begint en eindigt. Ook is de parkeerplaats een halve meter ruimer dan de, volgens de richtlijnen voorgeschreven 6 meter. De ombudsman kan de gemeente daarom volgen in de redenering dat er bij een kleine overschrijding van de streep nog steeds voldoende ruimte moet zijn om de rolstoel van moeder in de auto te plaatsen.  
Met het direct ter plaatse gaan, het duidelijker markeren van de parkeerplek en het feit dat de toezichthouders naar aanleiding van een melding (vergeefs) telefonisch contact hebben gezocht met de kentekenhouder om hem te verzoeken de auto te verplaatsen, heeft de gemeente laten zien dat zij de klacht serieus heeft genomen.
Ook heeft de gemeente nu duidelijk uitgelegd hoe zij omgaat met situaties als deze. Toch kan het erg vervelend zijn voor de moeder als het voorkomt dat zij haar rolstoel niet in de auto kan zetten. De ombudsman adviseert om die gevallen bij de gemeente te blijven melden.

Een plekje op de markt 18.1.086

Trefwoorden: markt, standplaats

Een echtpaar staat met hun kraam op de markt. De plek waar ze eerst stonden, deed hun gezondheid geen goed. Ze hadden op die plek veel last van de wind. Na verschillende verschuivingen staan ze met toestemming van iedereen op een betere plek, van de wind afgedraaid. Het echtpaar is tevreden.

Enkele maanden later laat een andere kraamhouder weten dat het echtpaar het zicht op zijn kraam blokkeert en wil dat ze iets opschuiven en hun kraam draaien. Maar dan staan ze weer met hun gezicht in de wind, aldus het echtpaar. Om uit deze impasse te komen vindt er onder leiding van Stadstoezicht een overleg plaats maar dat leidt niet tot een andere uitkomst. Ze horen nu dat ze nu moeten opschuiven omdat de brandweer er anders niet langs kan. Omdat hiervoor voldoende ruimte is, begrijpt het echtpaar deze reden niet. Zij wenden zich daarom tot de ombudsman en leggen het probleem voor. De ombudsman kan deze zaak in onderzoek nemen, maar dat vindt het echtpaar toch te bezwaarlijk. Ze willen het liefst op een vriendelijke en eenvoudige manier tot een oplossing komen.

Daarom laten ze de ombudsman weten dat ze hun kraam toch maar hebben gedraaid ook al staan ze daarmee weer met hun gezicht in de wind. Voor de zomerperiode is het goed, maar het echtpaar vreest voor hun gezondheid in de koude wintermaanden. Het enige wat ze willen is een oplossing voor die maanden. De ombudsman heeft Stadstoezicht vervolgens gevraagd hiernaar te kijken. In overleg wordt een voorlopige oplossing gevonden en die is dat het echtpaar iets verschuift maar wel met het gezicht van de wind af. Het echtpaar laat de ombudsman weten te begrijpen dat de oplossing een voorlopig karakter heeft, maar hiermee erg tevreden te zijn.

Deel deze pagina op