Tekstgrootte
kleiner groter

Onderzoeken Stadsontwikkeling

Doet de gemeente iets? De buurt hoort niets 18.1.005

Trefwoorden: overlast, handhaven

Drie buren beklagen zich erover dat een woning bij hen in de buurt niet door de bewoner ervan wordt onderhouden. Ook de achtertuin is ernstig verwaarloosd. Omwonenden voelen zich onveilig en ervaren hiervan overlast. Zij hebben de gemeente gevraagd om actie. Omdat er maar niets gebeurt, althans de omwonenden horen en zien niets, voelen zij zich door de gemeente niet serieus genomen. Ze stappen naar de ombudsman.
Uit het onderzoek van de ombudsman komt naar voren dat de gemeente sinds 2015 met het bewuste adres bezig is. De zorg voor en de overlast door de bewoner van dit adres betreffen meerdere aspecten: de veiligheid in de woning, de veiligheid vanuit de woning, het onderhoud van het pand en het onderhoud van de tuin. De gemeente heeft prioriteit gegeven aan de veiligheid in en vanuit de woning. Daarvoor bestaat geen standaard aanpak en daardoor vraagt het proces de nodige tijd. De privacy van de betrokken bewoner belet de gemeente om derden die hun zorgen over deze situatie hebben geuit te informeren over de aanpak en het verloop van het proces.
Hoewel de omwonenden het niet zo hebben ervaren, ziet de ombudsman dat de gemeente de belangen van de betrokken bewoner en van de omwonenden serieus heeft genomen. De uiteindelijke handhavingsacties van begin 2018 bevestigen dat. De ombudsman ziet niet hoe de gemeente dit anders had moeten doen, zonder de privacy van de betrokken bewoner te schenden.
Over het achterstallig onderhoud laat de gemeente met nadruk weten dat de constructie van het huis niet is aangetast. Er is weliswaar sprake van achterstallig onderhoud aan de woning, maar dat levert geen gevaar op voor derden. Voor de aanpak van de schutting en het balkon gaat de gemeente een apart traject inzetten.

In de informatievoorziening aan omwonenden mist de ombudsman wel een melding van de tussenstand aan de mensen die om actie hebben verzocht waaruit blijkt dat de gemeente haar toezegging niet vergeten is. Nu hebben deze omwonenden een jaar niets gehoord van de gemeente. Hoewel het zoeken naar een oplossing begrijpelijkerwijs de nodige tijd in beslag neemt, is dat niet correct.

Ten aanzien van de tuin laat de gemeente weten geen bevoegdheden te hebben om een eigenaar te dwingen zijn tuin aan te pakken. Als buren/omwonenden overlast door de tuin ervaren, kunnen zij de eigenaar hierop aanspreken. Eventueel via de burgerlijke rechter.
Met hun toekomstige zorgen/signalen en meldingen van overlast kunnen de omwonenden terecht bij het Meldpunt Zorg of het WIJ-team. De buren laten weten dat hen dit bekend is en dat zij ook al met deze instanties contact hebben gehad. Helaas leverde dat niets op. In dat kader heeft de ombudsman bij het WIJ-team navraag gedaan of er ook een contactpersoon is. Die wordt toegewezen door het WIJ-team.

 

Niet goed geluisterd 18.1.007

Trefwoorden: informatieverstrekking, termijn, voortvarendheid

Een vrouw meldt de gemeente dat haar buren aan de overkant veel groen over de straat laten groeien. Zij vraagt wat de regels zijn die daarvoor gelden. Later voegt zij daaraan toe dat zij graag wil weten hoe dicht een ruim 15 meter hoge boom bij de erfgrens mag staan. Nadat zij maandenlang herhaaldelijk heeft verzocht om een antwoord, krijgt de vrouw te horen dat de gemeente niet bevoegd is om iets te doen. Volgens de gemeente vallen haar vragen namelijk onder het burgerlijk wetboek. Maar zij heeft de gemeente niet verzocht om actie te ondernemen. Zij wilde alleen informatie ontvangen. Omdat ze de gevraagde informatie na 3 maanden nog niet heeft gekregen, wendt de vrouw zich tot de ombudsman.
De gemeente laat de ombudsman weten dat zij er bij de beantwoording van de vraag van uit is gegaan dat het gaat om overhangend groen tussen de tuinen van de vrouw en haar buren, in plaats van richting openbare weg. Als verklaring voor de lange afhandelingsduur geeft de gemeente dat de verantwoordelijke medewerker in de betreffende periode meerdere keren verlof heeft gehad zonder de behandeling over te dragen aan een collega.
De ombudsman stelt vast dat uit het contactformulier dat de vrouw naar de gemeente heeft gestuurd en de daarbij gevoegde foto’s direct duidelijk wordt dat het om overburen gaat. Dat is van belang omdat voor overhangend groen richting de openbare weg en de afstand tot de erfgrens de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG) geldt, en niet het burgerlijk wetboek. De ombudsman stelt vast dat de gemeente niet goed naar de vrouw heeft geluisterd. Doordat de gemeente de gevraagde informatie tijdens het onderzoek van de ombudsman alsnog heeft gegeven, heeft zij haar gedraging gecorrigeerd. Verder concludeert de ombudsman dat de gemeente niet voortvarend heeft gehandeld door niet binnen de in de ‘Correspondentiewijzer’ van de Nationale Ombudsman vermelde redelijke termijn van 2 tot 3 weken een antwoord te geven op de eenvoudige vraag van de vrouw.

(Geen) schutting te hoog 18.1.009

Trefwoorden: handhaven, voorbereiding, informatieverstrekking, voortvarendheid

Een echtpaar beklaagt zich erover dat de gemeente met 2 maten meet bij de handhaving van de te hoge schuttingen van hen en hun buurvrouw. Het echtpaar heeft hun schutting omlaag moeten brengen naar de vereiste 2 meter hoogte. De buurvrouw heeft na bijna 2 jaar nog steeds haar te hoge schutting. Het lijkt er in de ogen van het echtpaar op dat niet de gemeente, maar de buurvrouw de regie van het handhavingsproces in handen heeft. Die reageert namelijk niet op de aanschrijving, de vooraankondiging bestuursdwang en de dwangsom. Ook meet de gemeente de hoogte van de schuttingen steeds verschillend. En is de informatie van de gemeente over bijvoorbeeld het peilpunt voor de metingen en de meetgegevens niet adequaat.
Nog voordat de ombudsman haar onderzoek opstart, meldt het echtpaar dat de buurvrouw een vergunning heeft gekregen voor haar schutting. Ze zijn enorm verbaasd, want 2 weken ervoor is er weer een meting gedaan door de gemeente waaruit blijkt dat de schutting van buurvrouw veel hoger is dan de toegestane 2 meter. Ook de schutting van het echtpaar waarvan de gemeente 1,5 jaar eerder had vastgesteld dat die netjes was teruggebracht naar 2 meter, blijkt nu toch hoger dan 2 meter te zijn.
Het echtpaar dient een bezwaarschrift in tegen de verleende vergunning. De inhoud van het besluit is daarmee geen onderdeel van het onderzoek van de ombudsman.
Twee jaar eerder had de gemeente aan het echtpaar laten weten dat zij geen vergunning konden krijgen voor hun destijds te hoge schutting en is de gemeente gaan handhaven. Nu de buurvrouw wel een vergunning heeft gekregen, moet de ombudsman vaststellen dat die informatie van 2016 niet juist was. De gemeente erkent in 2016 niet goed te hebben onderzocht of een vergunning mogelijk was. De ombudsman oordeelt dat de gemeente op dat punt niet behoorlijk heeft gehandeld door de handhaving niet goed voor te bereiden.
Verder concludeert de ombudsman dat de gemeente in dit proces niet voortvarend en niet actief heeft gehandeld. Ook dat erkent de gemeente. Ze ziet in dat door haar afwachtende houding de schijn van partijdigheid werd gewekt evenals het gevoel dat de buurvrouw de regie in handen had.
De gemeente laat de ombudsman weten zich verder goed te kunnen voorstellen dat door de ommezwaai van handhaven naar vergunnen bij het echtpaar de indruk werd gewekt met 2 maten te meten. Het is echter niet zo dat de buurvrouw wel haar hoge schutting mag en het echtpaar niet. De gemeente biedt aan om de (herstel)kosten van het weer op hoogte brengen van de schutting van het echtpaar, te compenseren en ook het echtpaar een vergunning te verlenen. Gezien de hele gang van zaken roept de ombudsman de gemeente op om daarin ruimhartig te zijn.
Over de informatievoorziening merkt de ombudsman op dat deze vanaf het begin niet adequaat was. Naast de onjuiste informatie over het niet kunnen verlenen van een vergunning is het verschil in meten bij vergunningsvrije en vergunningplichtige bouwwerken niet uitgelegd, is het peilpunt niet goed uitgelegd en is de 10% afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan niet op hun situatie van toepassing. De ombudsman stelt vast dat het echtpaar heel veel moeite heeft moeten doen om uiteindelijk correcte informatie van de gemeente te krijgen.

Geen rol voor de ombudsman 18.1.050

Trefwoorden: informatieverstrekking, woonomgeving

Een vrouw klaagt over het verwijderen van 3 parkeerplaatsen en het plaatsen van fietsenrekken van 35 meter lang voor haar bedrijfsruimte/woning. Zij stelt dat zij hierover niet van tevoren door de gemeente is geïnformeerd. Nu kan zij haar bedrijfsauto niet meer voor de deur parkeren. De vrouw wil dat de gemeente de parkeerplaatsen weer aanlegt. Haar klacht is door de ombudsman doorgestuurd naar de gemeente en de vrouw is niet tevreden over de reactie die zij van de gemeente heeft ontvangen.
De ombudsman constateert dat de gemeente heeft geconcludeerd dat de informatievoorziening rechtstreekser en persoonlijker had gekund. En heeft daarvoor al excuses aangeboden. Hier kan de ombudsman niets meer aan toevoegen.
De wens van de vrouw om de parkeerplaatsen terug te krijgen, kan de ombudsman niet vervullen. Dat is beleid van de gemeente en de ombudsman is niet bevoegd om daarover te oordelen.

Eerst uitproberen 18.1.062

Trefwoorden: betaald parkeren, parkeertijden

Een man meldt dat sinds april in zijn wijk betaald moet worden om te kunnen parkeren. Op zich heeft hij daar geen problemen mee. Wel met de gehanteerde parkeertijden. Het betaald parkeren geldt namelijk ook voor donderdagavond en zaterdag, terwijl er volgens de man dan geen sprake is van parkeeroverlast. Voor de visite van de bewoners zijn deze tijden niet handig. De man wil graag dat het betaald parkeren wordt beperkt tot maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 18.00 uur. Ook andere wijken, zoals de Professorenbuurt, hebben afwijkende parkeertijden.
De man heeft tijdens de inspraakperiode al tegen de voorgenomen parkeertijden geprotesteerd. Ook heeft hij een bezwaarschrift ingediend maar dat is door de gemeente niet-ontvankelijk verklaard.
De ombudsman laat de man weten niet bevoegd te zijn om een onderzoek in te stellen naar algemeen gemeentelijk beleid en algemeen verbindende voorschriften. De parkeertijden zijn vastgelegd in de Verordening Parkeerbelasting en dat is een algemeen verbindend voorschrift.
Na bestudering van de stukken stelt de ombudsman vast dat de gemeente in de inspraakprocedure inhoudelijk heeft gereageerd op het probleem met de parkeertijden. De gemeente heeft de man laten weten dat zij de effecten van het betaald parkeren in deze wijk afwacht. Er komt een evaluatie en als dan blijkt dat de donderdagavond en zaterdag overbodig blijken, kan zij die eventueel laten vervallen. De gemeente heeft de ombudsman laten weten dat de evaluatiecriteria in samenspraak met het wijkcomité/werkgroep worden bepaald. De man kan dus via het wijkcomité en/of werkgroep aandacht vragen voor zijn bezwaren.
De ombudsman constateert dat de gemeente in haar besluitvorming de kritiek tegen de parkeertijden heeft meegenomen. En dat de gemeente zich de kritiek zodanig aantrekt dat zij de gewijzigde parkeertijden na een jaar wil evalueren. Daarmee laat de gemeente zien de kritiek serieus te nemen. De afwijkende parkeertijden in de Professorenbuurt zijn in samenspraak met en na inspraak van de bewoners tot stand gekomen. Een alternatief tijdvenster is dus mogelijk maar dat is afhankelijk van het draagvlak hiervoor in de wijk.

Betalen voor parkeervergunning voor gehandicapten
18.1.065

Trefwoorden: parkeren, gehandicapten, binnenstad

Een inwoner van de binnenstad beklaagt zich erover dat hij als gehandicapte aanzienlijk meer moet betalen voor zijn parkeervergunning dan (gehandicapte) bewoners in omringende wijken. De man is van mening dat het parkeren voor gehandicapten gratis zou moeten zijn. Maar in ieder geval dat het tarief gelijk zou moeten zijn voor de bewoners van verschillende wijken. De man is van mening dat de gemeente geen eigen aanvullende criteria mag stellen.
De ombudsman constateert dat met ingang van 2012 wijzigingen zijn doorgevoerd. Die liggen vast in de Beleidsregels Gehandicaptenparkeren 2012-2016. Daarin staat dat het beleid erop is gericht om fysieke barrières weg te nemen. Wel kan het zijn dat gehandicapten voor deze voorzieningen moeten betalen. Hier ligt volgens de beleidsregels een parallel met de Wet maatschappelijke ondersteuning: sinds 1 juli 2011 betalen inwoners van Groningen voor deze woon- en vervoersvoorzieningen een eigen bijdrage.
Voor de kosten voor een gehandicaptenparkeerkaart en -parkeerplaats kan kwijtschelding worden aangevraagd. Dat geldt echter niet voor de bewoners parkeervergunning. Daarvoor wordt op grond van de Verordening parkeerbelastingen geen kwijtschelding verleend (artikel 10). In de Tarieventabel die behoort bij de Verordening parkeerbelastingen is een differentiatie aangebracht voor de verschillende wijken en buurten in de gemeente.
Alles overziende is de regeling waar de man over klaagt vastgelegd in beleidsregels en verordeningen. Toetsing van deze beleidsregels en verordeningen behoort niet tot de bevoegdheid van de ombudsman. Deze regelingen zijn namelijk in een democratisch besluitvormingsproces tot stand gekomen.
De ombudsman wijst de gemeente er nog wel op dat er geen beleidsregels 2018 te vinden zijn. En gezien het feit dat de Beleidsregels 2012-2016 een afgebakende werkingstijd lijken te hebben, lijkt hier sprake van een omissie.

Onoverkomelijke drempel? 18.1.074

Trefwoorden: reactietermijn, voortvarendheid

Een secretaris van een vereniging van eigenaren (VvE) meldt de ombudsman dat hij al 5 maanden wacht op een inhoudelijke reactie van de gemeente op zijn brief. In die brief maakt hij melding van de trillingsoverlast die de bewoners van zijn VvE hebben van een te hoge verkeersdrempel in combinatie met het zware busverkeer. Na 2 maanden heeft hij een herinnering gestuurd aan de afdeling Verkeer. Daarop kwam als reactie dat de man binnen 2 weken een inhoudelijke reactie zou ontvangen, maar dat is niet gebeurd. Op een latere herinneringsmail krijgt de VvE evenmin een reactie.
Als de ombudsman de klacht voorlegt aan de gemeente, laat die al snel weten dat er een afspraak voor een gesprek wordt gepland om inhoudelijk te spreken over de brief. De ombudsman constateert dat hiermee het contact tussen de VvE en de gemeente is hersteld. Wel oordeelt ze dat de gemeente niet behoorlijk heeft gehandeld door zo lang niet inhoudelijk in te gaan op de brief. De secretaris meldt een paar dagen later dat het gesprek heeft plaatsgevonden. Hij dankt de ombudsman voor haar bemoeienissen bij het herstel van het contact.

Geen reactie, wel actie 18.1.075

Trefwoorden: overlast, reactietermijn

Een man ondervindt overlast van de vele geparkeerde fietsen in zijn straat. De parkeerplaatsen zijn vaak moeilijk te bereiken en soms is zelfs de doorgang van het verkeer in de straat belemmerd. Als hij dit bij de gemeente meldt, erkent deze het probleem. Maar de man hoort daarna niets meer. Hij dient daarom bij de gemeente een klacht in over de gebrekkige communicatie. Dan krijgt hij te horen dat de gemeente bezig is om het probleem aan te pakken en dat hij spoedig een uitgebreider antwoord zal krijgen. Maar ook dat blijft, ondanks een herinnering van de man, uit. Ook op de oplossing die hij in die herinnering aandraagt, krijgt hij geen reactie. Na een toezegging van de gemeente dat er contact met hem zal worden opgenomen, hoort hij opnieuw niets. Als hij vervolgens schade oploopt aan zijn auto, is voor hem de maat vol en wendt hij zich tot de ombudsman.
Die legt de klacht voor aan de gemeente en krijgt pas na 10 weken te horen dat de gemeente naar aanleiding van de contacten met de man wel actie heeft ondernomen, maar heeft nagelaten om dit aan hem terug te koppelen. Hiervoor biedt de gemeente excuses aan. Verder legt de gemeente uit welke acties zij heeft ondernomen wat haar mogelijkheden zijn.
De ombudsman is van oordeel dat er geen sprake is geweest van ‘goede informatieverstrekking’. Door nu alsnog inzichtelijk te maken hoe zij op de meldingen heeft gereageerd, heeft de gemeente dit hersteld. Tot slot oordeelt de ombudsman dat de gemeente tijdens het klachtonderzoek ‘niet voortvarend’ heeft gehandeld, waardoor dit onnodig lang heeft geduurd.

Zorgen over brandveiligheid 18.1.085

Trefwoorden: handhaving, illegaal

Een man uit zijn zorgen over illegale activiteiten die plaatsvinden in een pand in zijn straat. Daarover loopt een handhavingsprocedure. De illegale activiteiten moeten over 5 dagen beëindigd zijn, anders verbeurt de overtreder een dwangsom.
De man ziet echter geen activiteiten waaruit hij kan opmaken dat de illegale activiteiten worden beëindigd. Hij maakt zich daarover zorgen, vooral vanwege de brandveiligheid. Maar ook omdat hem eerder al is gebleken dat de procedures complex zijn en hij niet helemaal overziet wanneer hij wat moet/kan doen of verwachten.Vanwege deze zorgen en gelet op de korte termijn tot aan de beëindigingsdatum doet de ombudsman navraag bij de gemeente.
De gemeente laat weten dat zij direct na afloop van de termijn een bezoek zal afleggen aan het betreffende pand en gaat controleren of de geconstateerde overtredingen ongedaan zijn gemaakt. Afhankelijk van het aantal resterende illegale activiteiten zal een invorderingsbesluit worden opgesteld voor de overtreder, waartegen die bezwaar kan maken. (Een invorderingsbesluit is een besluit waarin de gemeente vaststelt dat de dwangsom is verbeurd en zal worden ingevorderd.)
Vervolgens zal de gemeente wekelijks controleren of alle illegale activiteiten zijn beëindigd. Er zijn verschillende manieren om illegale activiteiten om te zetten in legale activiteiten. Dit kan met bouwkundige aanpassingen om op die wijze de werkelijke situatie in overeenstemming te brengen met de vergunde situatie. Een andere mogelijkheid is dat de overtreder alsnog een (nieuwe) vergunning aanvraagt. Op het moment dat de gemeente de vergunning daadwerkelijk verleent, is de illegaliteit ook opgeheven.

Het kan daarom zijn dat er wel iets gebeurt, maar dat de omgeving en dus ook de man dit niet kan waarnemen.

Niet tevreden met klachtafhandeling maar waarom? 18.1.096

Trefwoorden: interne klachtbehandeling, concrete klacht

Een man is niet tevreden met de afhandeling van zijn klacht door de gemeente en vraagt in algemene zin aan de ombudsman wat zij van de afhandeling vindt. Omdat een ombudsman concrete klachten onderzoekt vraagt zij de man welke klacht resteert na de afhandeling door de gemeente. De man meldt de ombudsman vervolgens dat hij vindt dat de gemeente ‘alleen maar doet aan ontkennende, ontwijkende of vage antwoorden’ en daarom vindt hij dat zijn klacht niet afdoende is afgehandeld. Het gevoel niet serieus genomen te worden ‘in al zijn argumenten blijft nog steeds aanwezig’, aldus de man.
Naar het oordeel van de ombudsman maakt de man nog steeds niet concreet welke antwoorden hij als ontwijkend, vaag of ontkennend beoordeelt. Daarom kan de ombudsman alleen in algemene zin en op basis van de haar ter beschikking staande stukken reageren. Op basis van deze stukken stelt de ombudsman vast dat de gemeente diverse malen op verschillende momenten op de klachten van de man is ingegaan. De antwoorden zijn steeds onderbouwd met stukken en na de afhandeling van de klacht is de gemeente op verzoek van de man nog met hem het gesprek aangegaan. De ombudsman stelt vast dat de gemeente goed naar de man heeft geluisterd en zich dienstverlenend heeft opgesteld. Dat de man mogelijk niet de antwoorden heeft gekregen die hem tevredenstellen, doet daaraan niet af. Verder heeft de gemeente de man haar excuses aangeboden over de soms gebrekkige communicatie. De ombudsman leidt hieruit niet af dat de gemeente de man niet serieus heeft genomen.

Restitutie laatste kwartaal 18.1.117 

Trefwoorden: parkeren, vergunning

Een vrouw vraagt de gemeente haar parkeervergunning te beëindigen per 15 september 2018 vanwege haar verhuizing. Zij ontvangt daarop van de gemeente de betaalde leges over de periode van 15 september tot en met 31 december terug. In een latere brief meldt de gemeente dat de vergunning per 8 september is beëindigd. Dit omdat zij op die datum is verhuisd. Zij vraagt het Parkeerbedrijf haar ook restitutie te verlenen over de periode van 8 tot 15 september. Zij krijgt echter te horen dat dit niet mogelijk is, omdat restituties dit jaar nog op basis van kwartalen wordt uitgekeerd en niet op weekbasis. Dat vindt de vrouw raar, want 15 september is toch ook geen kwartaaldatum. Volgens de gemeente staat dit duidelijk vermeld in de ‘Parkeerverordening van de gemeente Groningen’. De vrouw vindt dit geen antwoord op haar vraag. Daarom legt ze haar klacht voor aan de ombudsman.
De gemeente laat de ombudsman weten dat de vrouw restitutie heeft gekregen over het laatste volle kwartaal. Het maakt dus niet uitmaakt op welke datum de vergunning beëindigd is. In beide gevallen zou de vrouw nog leges over het 3e kwartaal verschuldigd zijn.
De ombudsman stelt vast dat de verwijzing naar de Parkeerverordening onjuist is. De (terug)betaling is geregeld in de ‘Verordening parkeerbelasting’. Dat is een andere verordening. Ook de omschrijving ‘Restitutiebedrag voor periode 15 september tot en met 31 december’ geeft zonder toelichting verwarring. Ten slotte heeft de gemeente de vraag over de begindatum van de restitutieperiode niet beantwoord. De gemeente is dan ook tekortgeschoten in de informatieverstrekking aan de vrouw. Met de uitleg die de gemeente aan de ombudsman heeft gegeven, krijgt de vrouw alsnog de door haar gewenste duidelijkheid.

Parkeerplaats opgeofferd 18.1.32

Trefwoorden: klachtbehandeling, bekendmaking

Het plaatsen van een oplaadpunt voor elektrische auto’s zorgt bij een bewoner van een straat voor een onaangename verrassing. De man stelt dat een parkeerplaats wordt opgeofferd terwijl er voor de bewoners in de straat al onvoldoende parkeerruimte is. Hij vindt dat hij persoonlijk op de hoogte had moeten worden gesteld. De man is niet tevreden met de klachtafhandeling door de gemeente en stapt naar de ombudsman.
De ombudsman leest in de stukken die de man meestuurt dat de plaatsing van de oplaadpaal gebaseerd is op een verkeersbesluit. Hiertegen kan bezwaar en beroep worden aangetekend. Een klachtenprocedure kan hiervoor niet in de plaats treden omdat deze procedures met voldoende waarborgen zijn omkleed. In dit geval is het verkeersbesluit al onherroepelijk is geworden, waardoor is geen bezwaar en beroep meer mogelijk. Dat betekent dat het verkeersbesluit voor de man en de ombudsman een gegeven is. De man geeft aan geen bezwaar te hebben kunnen maken omdat hij niet persoonlijk op de hoogte is gesteld.
Verkeersbesluiten moeten worden gepubliceerd in de Staatscourant en de ombudsman constateert dat dit ook is gebeurd. Daarmee heeft de gemeente volgens de regels gehandeld. Dat de man de Staatscourant niet leest, kan de ombudsman zich voorstellen. Om dit te ondervangen heeft de gemeente een e-mail- en appservice ontwikkeld. Iedere week wijst de gemeente in de Gezinsbode op deze service. Op deze manier kan men zich op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de buurt/wijk. Hiermee doet de gemeente naar het oordeel van de ombudsman voldoende om haar burgers op de hoogte te stellen.

Deel deze pagina op