Tekstgrootte
kleiner groter

Onderzoeken Stadsbeheer

Terugplaatsing bankje zit niet iedereen lekker 18.1.002

Trefwoorden: overlast, meldingen, monitoring

Een man beklaagt zich erover dat het bankje achter zijn woning niet wordt verwijderd terwijl het gebruik ervan door ‘indrinkers, uitzitters en hang- en schooljeugd’ overlast veroorzaakt. Het bankje is in 2016 (terug)geplaatst, terwijl het in 2000 juist vanwege overlast was verwijderd. De man vindt het niet correct dat er over de terugplaatsing geen overleg met hem als direct belanghebbende is geweest.
De gemeente laat weten dat medewerkers van de gemeente in juli 2016 bij de man zijn langs geweest naar aanleiding van zijn klachten. Er is toen afgesproken dat op basis van overlastmeldingen zou worden bepaald of het bankje zou blijven staan of zou worden weggehaald. Op dat moment was er geen directe aanleiding om het bankje opnieuw weg te halen omdat overige omwonenden geen last hadden. Verder is toen ook geconstateerd dat de directe omgeving van het bankje schoon en veilig oogde. Als dat anders was geweest, had dat een signaal van overlast kunnen zijn.
De gemeente heeft vervolgens een half jaar lang het aantal binnengekomen overlastmeldingen gemonitord. Na een half jaar actief monitoren constateerde de gemeente dat er geen problemen waren rondom het bankje. Uit informatie van de overlastcoördinator blijkt dat er ook ná die tijd geen meldingen zijn binnengekomen over het bankje, behalve van de man zelf.
De ombudsman stelt vast dat de gemeente de overlastklachten serieus heeft opgepakt, maar dat haar onderzoek niet heeft aangetoond dat er breder sprake is van overlast. In haar reactie legt de gemeente inzichtelijk uit welke acties zij heeft ondernomen en hoe zij tot haar besluit is gekomen. Het bankje is (terug)geplaatst op initiatief van de Bewonersorganisatie. Dat de gemeente gehoor heeft gegeven aan dit initiatief is netjes. Ook ondanks het feit dat het bewuste bankje 16 jaar eerder zou zijn verwijderd vanwege overlast. Doordat het initiatief van de Bewonersorganisatie kwam is die namens omwonenden, dus ook de man, bij het besluitvormingsproces betrokken. Dat de gemeente daarvan uitging, kan de ombudsman volgen. Met de voorwaarde die de gemeente aan de plaatsing heeft gesteld dat het gebruik van het bankje geen overlast mag veroorzaken, laat de gemeente zien oog te hebben gehad voor alle belangen.

Niet concreet genoeg voor nader onderzoek 18.1.004

Trefwoorden: toezegging, onderhoud, openbare ruimte

Een man is niet tevreden met de afhandeling van zijn 3 klachten door de gemeente. Zo komt de gemeente een afspraak over het onderhoud van een sloot niet na. Deze afspraak is volgens de man destijds gemaakt bij de aanleg van de riolering op het terrein. Helaas is er geen verslag van gemaakt, maar er waren wel getuigen. Een van de getuigen die de man noemt, is een voormalig medewerker van de gemeente. De ombudsman gaat in gesprek met deze medewerker, maar deze kan zich geen concrete afspraken over onderhoud en aankleding van het terrein herinneren. Hij had als opbouwwerker die rol ook niet. Wat hij nog wel weet, is dat in overlegsituaties waar hij bij betrokken was altijd een notulist aanwezig was. Als er afspraken zijn gemaakt, zouden die via de notulen te achterhalen moeten zijn. Omdat uit de tekeningen uit een eerder dossier van de man blijkt dat het om afspraken uit de periode 2012/2013 lijkt te gaan, is het voor de ombudsman moeilijk om hier nu nog onderzoek naar te doen zonder te beschikken over de genoemde notulen.

Verder stelt de man dat er schade is ontstaan door het gebruik van te zwaar materieel. De gemeente wil dit niet herstellen en verwijst de man in haar reactie op zijn klacht naar de (bewoners)vereniging. Dat vindt de man niet terecht. De ombudsman stelt vast dat de gemeente in haar reactie aangeeft dat de schade die bij het schonen van de sloten door haar materieel zou kunnen zijn veroorzaakt, na de onderhoudswerkzaamheden is hersteld. Omdat de ombudsman zonder nadere gegevens hiernaar geen onderzoek kan doen, vraagt ze gegevens op bij de man.

Het derde klachtonderdeel betreft de beveiligingspaaltjes bij gasoversteken. Daarover stelt de gemeente dat (de diepte van) de gasleiding volgens de geldende veiligheidsnormen is aangelegd. Zij verwijst de man voor specifieke vragen naar de netbeheerder. Dat lijkt de ombudsman correct. De netbeheerder is namelijk verantwoordelijk voor de gasleiding en niet de gemeente. Als de gevraagde nadere informatie over de gestelde schade uitblijft, sluit de ombudsman enkele weken later het dossier.

Harde wind zorgt voor schommelingen 18.1.021

Trefwoorden: woonschip

Een woonbootbewoner is niet tevreden over de wijze waarop hij zijn boot moet vastleggen nadat de gemeente de haven heeft laten aanpakken. Dat moet nu met 2 afmeersystemen. Volgens de man is dat bij windkracht 8-9 niet voldoende. Zijn boot ligt pal op de wind en schommelt dan flink heen en weer. Toen zijn boot nog aan touwen lag, ondervond hij pas bij windkracht 11 problemen. Maar touwen mag hij niet meer gebruiken. Als de man het probleem bij de gemeente aankaart, krijgt hij te horen dat de afmeersystemen volgens de berekeningen voldoende zijn. Deze berekeningen wil de gemeente hem echter niet geven. Volgens de man zal het best zo zijn dat de berekeningen kloppen, maar in de praktijk werkt het niet. Omdat hij graag een oplossing voor het probleem wil, gaat de man naar de ombudsman.
De gemeente legt aan de ombudsman uit waarom voor het vastleggen van de woonboot kan worden volstaan met 2 meerpalen. Zij baseert zich op de door de aannemer gemaakte berekeningen die uitgaan van een (dwars)windkracht 12 bij een extreem hoge waterstand van 1.80+ NAP. Schommelingen bij windkracht 8-9 zijn niet te voorkomen en horen nu eenmaal bij wonen op het water. Omdat de haven is uitgebaggerd en de boot daardoor niet meer vastligt in de bodem, zullen de schommelingen heviger zijn dan voorheen. De gemeente doet de suggestie om extra touwen aan te brengen, maar geeft tegelijk ook aan dat het schommelen hiermee niet voorkomen gaat worden.
De ombudsman vindt de uitleg van de gemeente aannemelijk en kan die ook volgen. Daarbij komt dat zij niet heeft kunnen constateren dat de situatie van de man anders is dan die van de andere woonbootbewoners in dezelfde haven. Ook deze boten zullen bij wind uit noordwestelijke richting pal op de wind liggen.
Zij stelt vast dat de gemeente met de suggestie om touwen te gebruiken laat zien dat zij met de man meedenkt. En dat is netjes.

Klachtenprocedure gaat niet volgens de regels 18.1.029

Trefwoorden: klachtbehandeling, reactietermijn, overlast, aanspreekpunt

Een buurtbewoner ondervindt veel overlast van fietsen die door leerlingen van een naburige school op de stoep worden geparkeerd. Hij meldt dit diverse keren aan de gemeente. Maar omdat die niets met zijn meldingen doet en ook niet reageert op zijn vraag welke contactpersoon hij kan benaderen, dient de man een klacht in bij de klachtenfunctionaris van de gemeente.
Omdat de man na de wettelijke termijn van 6 weken nog geen reactie heeft gekregen, meldt hij zich bij de ombudsman.

De gemeente laat de ombudsman weten dat zij naar aanleiding van de meldingen een onderzoek is gestart naar de mogelijkheden die zij heeft om het probleem aan te pakken. Binnen verschillende afdelingen is daarover overleg gevoerd. Uiteindelijk moest zij vaststellen geen mogelijkheden te hebben. Omdat de aanpak tot de verantwoordelijkheid van de school behoort, zijn medewerkers van de afdeling Handhaving en opbouwmedewerkers van het WIJ-team (die gespecialiseerd zijn in het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk) in gesprek gegaan met de school. Waarna de school een overleg met buurtbewoners heeft georganiseerd en een buurtbewoner heeft gevraagd om deelnemers daarvoor te werven.  
Toen de klacht van de man door de klachtenfunctionaris werd ontvangen, liep het onderzoek nog en ondernam de klachtenfunctionaris zelf geen actie naar de man. Wel hebben medewerkers van de afdeling Handhaving de man een aantal keren bezocht om hem te informeren over de ontwikkelingen. De gemeente erkent dat de klachtenfunctionaris de man hiervan zelf op de hoogte had moeten stellen. De gemeente biedt excuses aan.
Verder deelt de gemeente mee dat de man niet bij het overleg met de school is betrokken. De gemeente heeft van het WIJ-team de toezegging gekregen dat die erop zal toezien dat de man voor eventuele vervolggesprekken tussen buurtbewoners en de school wel een uitnodiging krijgt. Als de man nog vragen heeft, kan hij contact opnemen met het WIJ-team.

De ombudsman is het met de gemeente eens dat de klachtenfunctionaris de man zelf had moeten benaderen. Daarbij had hij de man kunnen informeren over het lopende interne onderzoek en dat dit mogelijk meer dan 6 weken in beslag zou nemen. Nu dat niet is gebeurd, had de man binnen die termijn een schriftelijke reactie moeten ontvangen. Die heeft hij niet gekregen en dat vindt de ombudsman niet correct. Mede hierdoor was het voor de man lange tijd niet duidelijk dat er wél iets gebeurde met zijn klacht. De ombudsman vindt het aanbieden van excuses netjes.
Verder stelt de ombudsman vast dat de man nu ook duidelijkheid heeft gekregen over het door hem gewenste aanspreekpunt.

Deel deze pagina op