Tekstgrootte
kleiner groter

Onderzoeken SSC

Toezegging wordt niet nagekomen 18.1.006 Juridische Zaken

Trefwoorden: toezegging, betrouwbaarheid

Na de afronding van een eerder klachtenonderzoek meldt een man zich opnieuw bij de ombudsman. Tijdens het eerdere klachtenonderzoek heeft de gemeente de ombudsman op 13 december 2017 toegezegd dat zij de man nog dezelfde week een brief zou sturen. Maar de man heeft op 18 januari 2018 nog steeds niets van de gemeente gehoord.

De ombudsman krijgt van de gemeente te horen dat de brief vóór de kerst is verzonden. Als de ombudsman om een afschrift daarvan verzoekt, laat de gemeente op 24 januari 2018 weten dat er geen brief is verzonden, maar dat er e-mailcorrespondentie is gevoerd. Later blijkt echter dat gemeente de man pas op 26 januari 2018 een e-mail heeft gestuurd.

De ombudsman constateert dat de gemeente onjuiste informatie heeft verstrekt en de toezegging aan haar niet is nagekomen. Zij is van oordeel dat de gemeente daarmee in strijd heeft gehandeld met de norm betrouwbaarheid.

Nakomen toezegging duurt 2 jaar 18.1.012 Juridische Zaken

Trefwoorden: nakoming, voortvarendheid

Een man beklaagt zich eind oktober 2017 erover dat hij na een toezegging van de gemeente van 15 februari 2016 nog steeds geen inhoudelijke reactie heeft ontvangen. De toezegging destijds was dat hij zo spoedig mogelijk een besluit op zijn verzoek om een schadevergoeding zou krijgen. Tijdens het klachtonderzoek van de ombudsman heeft de gemeente deze toezegging herhaald op 6 oktober 2016 (klachtdossier 16.1.035).

Als de ombudsman 6 weken nadat ze de klacht heeft voorgelegd bij de gemeente nog geen reactie heeft ontvangen, laat de betreffende medewerker weten dat hij ervoor zal zorgdragen dat de man nog diezelfde week (in december) bericht ontvangt. De ombudsman vraagt om haar een kopie te sturen.

De ombudsman ontvangt echter geen kopie en gaat er weer achteraan. Op 15 januari 2018 laat de man de ombudsman weten dat hij nog steeds geen bericht heeft ontvangen van de gemeente.

Omdat de toezegging al bijna 2 jaar oud is, legt de ombudsman de kwestie neer bij de directeur van de betreffende afdeling. Een week later laat de verantwoordelijke medewerker weten dat hij met de man tot een oplossing is gekomen. En dat de man de voorgestelde oplossing nog in beraad heeft. De ombudsman constateert dat zij de zaak kan sluiten nu het contact is gelegd en de zaak op korte termijn tot een afronding komt.

De man laat haar weten de schadevergoeding uiteindelijk op 2 maart 2018 te hebben ontvangen. In de begeleidende brief biedt de gemeente haar excuses aan voor de trage en inadequate manier van handelen.

Niet voortvarende klachtafhandeling 18.1.032 Juridische Zaken

Trefwoorden: klachtafhandeling, termijnoverschrijding, voortvarendheid

Een man beklaagt zich over het feit dat hij nog geen reactie heeft ontvangen op zijn klacht bij de gemeente, terwijl de klachtafhandelingstermijn ruimschoots verstreken is.

Ter toelichting vertelt de man dat hij 2 maanden na indiening van zijn klacht is uitgenodigd voor een gesprek daarover. Dit gesprek heeft ook plaatsgevonden. Omdat hij daarna niets meer hoort, stuurt de man ruim 3 weken later een herinneringsmail aan de medewerker met wie hij heeft gesproken met de vraag wanneer hij een reactie op zijn klacht kan verwachten. De medewerker meldt de man dat er vanwege ziekte enige vertraging in de afhandeling is, maar dat hij ‘uiterlijk de week erop een reactie kan verwachten’. Als ook die termijn verstrijkt en de man niets verneemt van de gemeente, wendt hij zich tot de ombudsman.

Als de ombudsman de klacht voorlegt aan de gemeente, krijgt zij per ommegaande te horen dat aan de man een klachtafhandelingsbrief is gestuurd. Dit is gebeurd enkele dagen voordat hij bij de ombudsman kwam.
Na lezing van de brief stelt de ombudsman vast dat de gemeente de klacht inhoudelijk op correcte wijze heeft afgehandeld. Dat de gemeente daarvoor bijna 16 weken in plaats van de wettelijk geregelde termijn van 6 weken nodig heeft gehad, is echter niet behoorlijk.

Steeds weer nieuwe gegevens nodig 18.1.037 Juridische Zaken

Trefwoorden: bijzondere bijstand, bureaucratisch, voorbereiding, bankafschriften

Een man is 2 jaar bezig om bijzondere bijstand te krijgen voor de kosten van rechtsbijstand. Hij heeft 2 keer een aanvraag gedaan en telkens wordt hij gevraagd om nieuwe bankafschriften in te leveren. Uiteindelijk heeft de man de zaak voorgelegd aan de rechter. Die heeft in december 2017 bepaald dat de gemeente binnen 6 weken een nieuw besluit op zijn bezwaar moet nemen. Dat heeft de gemeente niet gedaan. Wel heeft zij de man gevraagd om bankafschriften over juni 2016 in te leveren. Dat moet hij uiterlijk 9 maart 2018 doen.
Op 8 maart bezoekt de man de ombudsman. Die adviseert hem om de afschriften de volgende dag bij de gemeente in te leveren. Na bestudering van de stukken constateert de ombudsman dat de man beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit na de uitspraak van de rechter. Omdat de beroepsprocedure zijn rechten voldoende waarborgt, is er op dit punt geen rol voor de ombudsman weggelegd. Ten aanzien van de door de gemeente gevraagde stukken stelt de ombudsman vast dat de gemeente twee keer gegevens heeft opgevraagd die niet van belang zijn voor de beslissing op de aanvraag van de man. En dat is niet behoorlijk. De ombudsman stelt vast dat de nu opgevraagde bankafschriften van juni 2016 daarvoor wél van belang zijn.
Verder constateert de ombudsman dat de gemeente op 23 maart alsnog een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen. Daarin is het bezwaar ongegrond verklaard, omdat de man de gevraagde bankafschriften niet heeft ingeleverd.

De man meldt de ombudsman vervolgens dat hij haar advies heeft gevolgd en de gevraagde bankafschriften wél op tijd bij de gemeente heeft ingeleverd. Hij stelt dat hij de gegevens voor 9 maart in de brievenbus heeft gedaan en stuurt de ombudsman als bewijs daarvan een foto van een envelop die in de brievenbus wordt gedaan. Omdat de datum waarop de foto is genomen niet kan worden achterhaald en niet is te zien wat de inhoud is van de envelop, moet de ombudsman vaststellen dat de man met de foto niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gevraagde stukken (voor 9 maart) heeft verstuurd. Zij ziet dan ook geen reden voor een nader onderzoek op dit punt.

Een personele aangelegenheid 18.1.057

Trefwoorden: klachtbehandeling

Een man beklaagt zich over de afhandeling van zijn klacht naar aanleiding van een personele kwestie. Van deze kwestie kan geen samenvatting worden opgenomen omdat ondanks anonimisering van de zaak, deze samenvatting mogelijk toch zal leiden tot herkenning van de betreffende persoon.

Gemachtigde ontvangt geen besluit op bezwaar 18.1.094 Juridische Zaken

Trefwoorden: informatieverstrekking, reactie

Een man klaagt bij zijn contactpersoon van de Sociale Dienst dat de gemeente het besluit op zijn bezwaar niet naar zijn gemachtigde heeft gestuurd, zoals de wet voorschrijft. Een reactie blijft echter uit.

Daarom wendt de man zich tot de ombudsman. Die krijgt van de gemeente te horen dat de klacht door een misverstand niet bij de afdeling Juridische Zaken, de verzender van het besluit is terechtgekomen. Daardoor heeft de man geen reactie op zijn klacht gekregen. De gemeente laat de ombudsman verder weten dat het verzenden van een kopie aan de gemachtigde wel de standaard werkwijze is. Maar of dit ook in het geval van de man is gebeurd, kan de gemeente niet meer nagaan. Daarvan wordt namelijk geen registratie bijgehouden. De gemeente biedt aan om het besluit alsnog met een nieuwe verzenddatum naar de gemachtigde te sturen om zo de beroepstermijn veilig te stellen. Dat vindt de ombudsman netjes.

De man meldt de ombudsman dat hij het aanbod van de gemeente op prijs stelt. Maar omdat zijn advocaat inmiddels al tijdig beroep heeft ingesteld, maakt hij hiervan geen gebruik.

Het gaat niet alleen om afstand 18.1.119

Trefwoorden: belanghebbendheid, informatieplicht, informatieverstrekking

Een vrouw maakt bezwaar tegen een omgevingsvergunning die de gemeente heeft verleend voor het vellen van een aantal bomen. De vrouw heeft tevens bij de rechter een voorlopige voorziening gevraagd. Maar zowel de rechter als de gemeente vinden dat de vrouw geen belanghebbende is. Daarop vraagt de vrouw aan de gemeente welk afstandscriterium zij voor het begrip belanghebbende hanteert. Omdat ze deze informatie niet krijgt, dient de vrouw een klacht in. Over de afhandeling van de klacht is de vrouw niet tevreden en dat is de reden dat ze zich tot de ombudsman wendt. Ze vindt het ongehoord dat het college doelbewust weigert aan te geven wie binnen het omgevingscriterium (afstand) belanghebbende is.

De ombudsman leest in de reactie van de gemeente op de klacht dat voor het antwoord op de vraag wie belanghebbende is bij een omgevingsactiviteit, de afstand niet doorslaggevend is maar slechts één van de factoren die daarbij van belang kunnen zijn. Ook van belang zijn bijvoorbeeld het zicht op, de planologische uitstraling van milieugevolgen van de activiteit, en de aard, intensiteit en frequentie van die gevolgen. Dit blijkt uit vaste rechtsspraak, die kortgeleden nog is bevestigd in de uitspraak over het afgewezen verzoek van de vrouw om een voorlopige voorziening. De ombudsman constateert dat uit deze reactie niet blijkt dat de gemeente weigert de afstandsmaat te geven. Er is volgens de gemeente geen bepaalde afstandsmaat. En wat er niet is, kan de gemeente niet geven. Verder heeft de ombudsman gekeken naar de ‘vaste’ rechtspraak waarnaar de gemeente verwijst voor het antwoord op de vraag of er inderdaad geen bepaalde afstandsmaat te geven is. Daaruit blijkt dat de informatie van de gemeente overeenkomt met de uitspraken van de Raad van State. Het antwoord op de vraag of iemand belanghebbende is, is afhankelijk van meerdere factoren.
Voor de duidelijkheid merkt de ombudsman op dat dit alleen de vraag betreft of de gemeente de vrouw had moeten informeren welk afstandscriterium zij hanteert. Of de vrouw (en anderen) als belanghebbende moet(en) worden aangemerkt, is aan de rechter om te beoordelen.

Val door gemeentewagentje 18.1.125 Verzekeringen

Trefwoorden: informatieverstrekking, communicatie, schadevergoeding

Een vrouw is 2 jaar geleden met haar fiets onderuitgegaan omdat er een gemeentewagentje op het fietspad stond geparkeerd. De bestuurder van het wagentje heeft haar overeind geholpen. Naar deze man is de vrouw op zoek. De vrouw heeft van de gemeente begrepen dat er destijds een brief onder de medewerkers is verspreid, waarin werd gevraagd welke medewerker de vrouw had geholpen. Daar kwam geen respons op.
Van een andere gemeentelijke medewerker heeft de vrouw gehoord dat deze de brief kende. Maar de medewerker dacht dat de brief alleen was verspreid onder de medewerkers van het wijkteam Centrum. Maar de medewerker van het wagentje kan ook van een ander wijkteam zijn. De vrouw is bang dat er daarom geen reactie was op de brief.

De ombudsman herinnerde zich dat de vrouw al eerder contact met het bureau van de ombudsman heeft gehad. Het ging toen om de schade die zij had geleden door de val. Zij had via haar advocaat de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade. Maar de gemeente heeft haar verzoek afgewezen. De vrouw vond dat niet terecht.
Ze maakt nu nog steeds kosten door de val. De ombudsman kan haar daar alleen maar voor verwijzen naar de burgerlijke rechter. Of dat na anderhalf jaar nog mogelijk is, weet de ombudsman niet. Dat zal de vrouw met haar advocaat moeten overleggen.

De klacht die de vrouw nu voorlegt is dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan om de naam van de medewerker te achterhalen. Het is de ombudsman niet duidelijk wat het belang van de vrouw is om nu nog zijn naam te willen weten. Maar de gedraging heeft zich ook te lang geleden afgespeeld en daarnaast ontbreken concrete aanwijzingen wie de bewuste medewerker zou kunnen zijn. De ombudsman ziet daarom geen mogelijkheden voor een onderzoek.

Deel deze pagina op