U bent hier

Verwijzing bij voorschot Tozo

20.1.061 Inkomen

Trefwoorden: rechtsmiddelen, corona, informatieverstrekking

Een vrouw krijgt van de sociale dienst een afwijzing op haar vraag om een voorschot Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Haar gemachtigde klaagt dat er geen verwijzing onder dat besluit staat waar ze heen kan als ze het niet eens is met het besluit. Ook heeft de gemeente het bezwaarschrift, dat hij heeft ingediend tegen dat besluit niet doorgestuurd naar de commissaris van de Koning die volgens de gemachtigde bevoegd is het bezwaarschrift te behandelen. Ten slotte zou een medewerker van de sociale dienst herhaaldelijk hebben geprobeerd om zijn cliënte te overtuigen haar aanvraag in te trekken.

Verwijzing
De ombudsman stelt na onderzoek vast dat een burger op grond van de wet de mogelijkheid heeft om zich na een beslissing over zijn of haar recht op voorschot te richten tot de commissaris van de Koning. De ombudsman vraagt de gemeente hoe een burger hierover wordt geïnformeerd. In het kader van de behoorlijkheid lijkt dit een verantwoordelijkheid voor de gemeente. In reactie hierop erkent de gemeente hierin een verantwoordelijkheid te hebben en dat zij nalatig is geweest in de informatieverstrekking richting de cliënte. In de toekomst zal zij in dergelijke gevallen informatie hierover opnemen. Dat is mooi, want daarmee laat de gemeente zien dat de klacht tot verbetering heeft geleid.

Doorsturen bezwaarschrift
De gemeente laat weten dat iemand bezwaar kan maken bij het(zelfde) bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Het bezwaarschrift van gemachtigde, is daarom bij de gemeente op de goede plek. Dat het bezwaarschrift niet ontvankelijk is, maakt dat niet anders. Of het bezwaarschrift terecht niet ontvankelijk is verklaard, kan namelijk vervolgens voor toetsing worden voorgelegd aan de rechter. De ombudsman vindt dit niet onbehoorlijk.

Contact
De gemeente laat weten dat de betreffende medewerker tenminste 1x heeft geprobeerd om de vrouw telefonisch te spreken te krijgen, maar dat dit niet is gelukt. Ook heeft ze de vrouw een mail gestuurd. Beide met de intentie om over haar aanvraag te overleggen.
Het te verstrekken voorschot zou namelijk tamelijk klein zijn en bovendien eerst in de vorm van een lening worden verstrekt. Daarom wilde de medewerker overleggen of de vrouw haar aanvraag wilde doorzetten. De gemeente heeft naar eigen zeggen geleerd dat cliënten achteraf vaak boos zijn omdat ze voor een klein bedrag aan uitkering nooit hun privacy zouden hebben prijsgegeven. Bovendien vinden ze de regels die ze dan opgelegd krijgen niet in verhouding staan met hun geringe uitkering.
De ombudsman constateert dat de medewerkster weliswaar heeft geprobeerd om telefonisch contact te krijgen maar dat er geen telefonisch contact is geweest. Van druk om de aanvraag in te trekken is niet gebleken. Verder kan de ombudsman de uitleg van de werkwijze van de gemeente volgen.