U bent hier

Vermogen bestaande uit smartengeld

21.7.001 NBK

Trefwoorden: coulance, uitleg

Een man beklaagt zich erover dat het Noordelijk Belastingkantoor (NBK) bij de aanslag afvalstoffenheffing geen rekening houdt met de bijzondere situatie van zijn dochter. Eerder kreeg zijn dochter kwijtschelding, maar nu niet meer omdat ze vermogen heeft. Het vermogen bestaat uit smartengeld dat aan zijn dochter is toegekend vanwege zware lichamelijke mishandeling. Dit bedrag is in 2020 op haar rekening gestort. Bij de huur- en zorgtoeslag wordt wel rekening gehouden met het bijzondere karakter van het vermogen.

De ombudsman constateert na onderzoek dat de dochter de aanslag vastrecht 2019 pas op 30 november 2020 heeft ontvangen. Dat is rijkelijk laat. De bewuste aanslag vastrecht had in principe in het belastingjaar 2019 opgelegd kunnen worden. Als het NBK de aanslag tijdig had opgelegd, was de dochter in aanmerking gekomen voor kwijtschelding. In augustus 2019 ontving zij voor verschillende andere belastingen namelijk ook kwijtschelding.
Gelet op de vertraagde oplegging gaat het NBK alsnog kwijtschelding verlenen voor de afvalstoffenheffing vastrecht 2019. Ook komt zij op grond hiervan in aanmerking voor kwijtschelding van de belastingen 2020. De ombudsman kan zich goed vinden in deze aanpassing door het NBK.

Bij de vaststelling van de belastingaanslag 2021 komt de vraag aan de orde in hoeverre er rekening gehouden moet worden met het smartengeld. Het gegeven dat de Belastingdienst bij de bepaling van de toeslagen smartengeld ziet als bijzonder vermogen, wil niet zeggen dat de gemeenten en waterschappen hieraan gehouden zijn. Zij hebben daarin hun eigen beleidsvrijheid.
Na onderzoek constateert de ombudsman dat er bij smartengeld onderscheid gemaakt moet worden tussen materiële en immateriële schadevergoeding. Materiële schadevergoeding wordt gezien als bijzonder vermogen. Bij immateriële schadevergoeding is dat afhankelijk van de specifieke omstandigheden, die de man zal moeten verduidelijken aan het NBK. De ombudsman kan het NBK volgen dat hierop geen algemeen beleid te maken is en publicatie hiervan niet goed mogelijk. Het NBK laat weten wel een tekst op de website te willen plaatsen waarin iets hierover wordt gezegd. Dat heeft de instemming van de ombudsman omdat daarmee voor aanvragers duidelijk wordt dat als hun vermogen (deels) bestaat uit smartengeld het belangrijk is dit uitdrukkelijk bij het kwijtscheldingsverzoek aan te geven.