U bent hier

Kwijtscheldingsaanvraag kwijt

20.7.009 NBK

Trefwoorden: informatievoorziening, organisatie

Een vrouw vraagt al een aantal jaren bij het NBK om kwijtschelding van de belastingen. Ook dit keer. Als ze na ruim 4 maanden nog niets heeft gehoord, vraagt ze nogmaals om kwijtschelding. Pas dan reageert het NBK en vraagt nadere informatie op, waaronder bankafschriften van de laatste maand. Als de vrouw hulp vraagt bij WIJ om de goede stukken aan te leveren, krijgt ze te horen dat het bedrag op haar bankrekening op dat moment te hoog is voor kwijtschelding. Daarom reageert de vrouw niet meer richting het NBK op de vraag om de bankafschriften. Enkele maanden later krijgt ze een aanmaning van het NBK om te betalen. De vrouw belt hierover met het NBK. Ze meldt dat ze nog geen reactie op haar kwijtscheldingsverzoeken heeft ontvangen. Van het NBK krijgt ze echter te horen dat ze moet betalen, maar de aanmaningskosten worden wel ingetrokken. Op het uitblijven van een reactie op haar verzoeken om kwijtschelding wordt niet ingegaan. Omdat de vrouw bang is voor een opeenstapeling van belastingaanslagen – de volgende komt er alweer bijna aan – betaalt ze de aanslag. Ze meldt zich echter ook bij de ombudsman.
Als die een onderzoek instelt, komt naar voren dat de eerste kwijtscheldingsaanvraag door het NBK over het hoofd is gezien. De vrouw mag daarom alsnog de gegevens aanleveren die horen bij de eerste aanvraag. Wat is het verschil? Op het moment van de 2e kwijtscheldingsaanvraag was het vakantiegeld net uitgekeerd net als  de meerkostenvergoeding voor chronisch zieken. Daardoor was het bedrag op de bankrekening op dat moment te hoog. Bij de eerste aanvraag was het saldo op de bankrekening dus lager. Fijn voor de vrouw dat het NBK op basis daarvan het kwijtscheldingsverzoek alsnog inhoudelijk zal beoordelen.