U bent hier

Is het banktegoed vermogen of inkomen?

20.7.002 NBK

Trefwoorden: kwijtschelding, informatieverstrekking

Een man vertelt dat zijn kwijtscheldingsaanvraag is afgewezen. Hij is het daar niet mee eens. Hij heeft namelijk een lijfrente-uitkering die per kwartaal uitkeert. Dat betekent dat hij aan het begin van het kwartaal een bedrag op zijn bankrekening krijgt waar hij de komende 3 maanden van moet rondkomen. Omgerekend naar een gemiddeld maandbedrag (zo’n € 800,-) heeft hij een inkomen onder het sociaal minimum, aldus de man. Het kwijtscheldingsverzoek is afgewezen omdat de man te veel banktegoed zou hebben. Hij heeft hiertegen beroep aangetekend. Vervolgens heeft het NBK om stukken gevraagd. De man zegt dat hij de stukken naar het NBK heeft gestuurd. Hij is dan ook verbaasd dat het NBK bijna 2 maanden later aangeeft niets te hebben ontvangen en zijn beroepschrift verder niet te zullen behandelen.
De man beklaagt zich bij de ombudsman dat het NBK niet ingaat op de argumenten in zijn beroepschrift.
Het NBK laat in zijn reactie aan de ombudsman weten dat zij het verzoek hebben afgewezen vanwege het banktegoed en niet vanwege het inkomen. Dit banktegoed was volgens het NBK voldoende om de aanslag van te kunnen betalen. Maar het NBK wil het verzoek opnieuw beoordelen als de man nadere informatie aanlevert. Om een goede herbeoordeling te doen, heeft het NBK de bankgegevens van 4 maanden nodig, zodat zij kunnen nagaan of de man gedurende de gehele periode over te veel vermogen beschikt of dat het NBK inderdaad door een ongunstig moment van toetsen een verkeerde conclusie heeft getrokken.
De ombudsman constateert dat het NBK laat blijken nader onderzoek te willen doen en dat is mooi. Om een goede beoordeling te kunnen doen vraagt deze om de bankgegevens van 4 achtereenvolgende maanden. Volgens de man zou een jaaropgaaf voldoende moeten zijn. Dat is de ombudsman niet met hem eens. Met de bankafschriften van 4 maanden kan het NBK zien hoe het vermogen/het banktegoed in een cyclus van 3 maanden afneemt. Wel is het zo dat de man pas tijdens het klachtonderzoek ervan op de hoogte is gebracht dat het NBK graag bankafschriften van 4 achtereenvolgende maanden wil ontvangen. Een eerder verwijt van het NBK dat de man de stukken niet leverde was daarom onterecht. Een excuus van de zijde van het NBK hiervoor ligt naar het oordeel van de ombudsman dan ook voor de hand.
Na afronding van de klachtzaak laat de man weten dat hij kwijtschelding heeft ontvangen over 2019 en 2020, waar hij heel blij mee is.