U bent hier

Drie redenen voor uitblijvende reactie

20.1.053 Stadsontwikkeling

Trefwoorden: reactietermijn


Een man klaagt bij de ombudsman dat de gemeente niet inhoudelijk reageert op zijn Wob-verzoek (Wet openbaarheid van bestuur). Dit verzoek is zowel digitaal als per post naar de gemeente gestuurd. Behalve een ontvangstbevestiging heeft de man niets gehoord. Ook niet na een herinnering in de vorm van een ingebrekestelling.
Als de ombudsman de gemeente om een reactie vraagt, krijgt zij al vrij snel te horen dat er inmiddels op het Wob-verzoek is gereageerd. Verder laat de gemeente weten dat de late afhandeling is veroorzaakt door een samenloop van 3 factoren: de invoering van een nieuwe werkwijze voor Wob-verzoeken, verwarring die is ontstaan door een eerder Wob-verzoek van dezelfde man en het vakantieverlof van de inhoudelijk verantwoordelijke ambtenaar.

De ombudsman stelt vast dat de gemeente binnen 4 weken (inhoudelijk) had moeten reageren op het Wob-verzoek. De gemeente heeft de mogelijkheid om deze termijn te verlengen, maar dat moet zij wel schriftelijk melden. Dat is in dit geval niet gebeurd. Hoewel de verklaring van de gemeente over de gang van zaken inzicht geeft in wat er is gebeurd, vormt dat geen rechtvaardiging voor het uitblijven van een reactie. De gemeente heeft dit Wob-verzoek niet voortvarend behandeld. De gemeente erkent dat en biedt hiervoor haar excuses aan. Dat is netjes.
Daarnaast neemt de gemeente naar aanleiding van deze klacht een aantal stappen om het proces met betrekking tot Wob-verzoeken te optimaliseren. De gemeente laat daarmee zien van deze klacht te hebben geleerd en dat is mooi.
Wat de ingebrekestelling betreft is deze niet op Wob-verzoeken van toepassing. De gemeente laat de ombudsman weten dat zij ‘ingebrekestellingen’ op de Wob-verzoeken in de toekomst niet meer onbeantwoord zal laten maar haar reactie daarop in het besluit op het Wob-verzoek zal meenemen.