Tekstgrootte
kleiner groter

Werken wordt ontmoedigd (2)

18.1.055 Inkomen

Trefwoorden: informatieverstrekking, voorlichting, dienstverlening, verrekening, inkomen

Een uitkeringsgerechtigde vrouw vindt half november 2017 een baan voor 24 uur per week. Gelet op haar inkomen heeft ze recht op een aanvullende bijstandsuitkering. Vanaf januari 2018 wordt de vrouw onverwacht geconfronteerd met verrekeningen en vorderingen van de sociale dienst. Hierdoor ontvangt ze vanaf januari geen aanvullende uitkering meer, terwijl haar inkomen (€ 871,25) onder bijstandsniveau is (€ 992,12). Volgens de sociale dienst zou de vrouw een maand uitkering te veel hebben ontvangen. De vrouw begrijpt dit niet en de sociale dienst kan dit haar ook niet uitleggen. Bovendien doet ze sinds 1 november 2017 mee aan het project ‘Bijstand op maat’. In dat kader mag ze 2 jaar lang 50% van haar (bij)verdiensten houden tot maximaal € 199,- per maand. Ze vraagt zich af of de sociale dienst hier wel rekening mee heeft gehouden. Tot overmaat van ramp krijgt ze op 3 maart van zorgverzekeraar Menzis te horen dat de sociale dienst haar premie over de maanden januari, februari en maart niet heeft betaald en of ze een bedrag van € 403,53 wil overmaken. De vrouw wist dit niet en het geld heeft ze niet. De vrouw voelt zich gestraft voor het feit dat ze is gaan werken.

De sociale dienst legt de ombudsman allereerst uit dat het salaris wordt toegerekend aan de maand waarin het is verdiend en niet waarin het wordt ontvangen (zie ook 18.1.054).
De vrouw heeft vooraf aangegeven dat haar loon een maand later wordt uitbetaald en ze heeft gevraagd of dat een probleem zou vormen voor haar aanvullende bijstand. Ze kreeg van de sociale dienst te horen dat dit niet het geval was. Nu ze wel problemen ervaart, laat de sociale dienst aan de  ombudsman weten dat de vrouw, toen ze ernaar vroeg, uitleg had moeten krijgen dat haar inkomsten zouden worden verrekend en hoe dat zou gebeuren. De sociale dienst erkent in zijn dienstverlening te zijn tekortgeschoten.
Ook zou de informatie over de inkomstenkorting op de gemeentesite te vinden zijn. Maar de ombudsman vindt deze informatie niet (zie ook 18.1.054). Naar aanleiding van deze klacht heeft de sociale dienst laten weten te zullen zorgen voor betere voorlichting. Daarmee wordt de klacht serieus genomen. De ombudsman zal de uitvoering van deze toezegging met belangstelling volgen. Zij wijst de sociale dienst daarbij op de recent gepubliceerde ‘Werkwijzer Verrekening parttime inkomsten’ van Divosa.

Als de ombudsman de herberekeningen controleert, blijkt er een te hoog bedrag te worden teruggevorderd. De sociale dienst corrigeert dit door het sturen van een nieuw besluit. Over maart blijkt de sociale dienst de premie voor Menzis te hebben ingehouden, maar niet te hebben betaald aan Menzis. Daardoor moet de vrouw deze premie ook nog aan Menzis overmaken. Hierover laat de sociale dienst weten dat de ingehouden Menzispremie op een soort tussenrekening is geboekt. Waarom deze niet is overgemaakt naar Menzis kan de sociale dienst niet uitleggen. De sociale dienst heeft toegezegd de ingehouden premie alsnog naar de vrouw over te maken. Op 26 februari krijgt de vrouw bericht van Menzis dat ze vanaf 1 januari. zelf de premie aan Menzis moet betalen. De vrouw vindt dat de sociale dienst haar hierover niet tijdig heeft geïnformeerd en nu zit ze met een achterstand in de betaling van de premies. Hierover meldt de sociale dienst aan de ombudsman dat dit een terechte klacht is van de vrouw.

De ombudsman concludeert dat de sociale dienst in de informatievoorziening over de toerekening, herberekening en verrekening van de (aanvullende) uitkering te kort is geschoten. De vrouw had meer bij de hand genomen moeten worden. Daarnaast heeft de sociale dienst fouten gemaakt in de herberekening van de aanvullende uitkering en is in eerste instantie te veel teruggevorderd. Verder kreeg de vrouw te maken met achterstallige premiebetalingen omdat de sociale dienst haar niet tijdig informeerde dat die de premie niet meer betaalde.  Al met al kan de ombudsman zich voorstellen dat de vrouw zich gestraft voelt voor het feit dat ze is gaan werken.
Ten slotte constateert de ombudsman dat een goede voorlichting nodig is om te voorkomen dat cliënten verrast worden door de verrekeningsmethodiek die de sociale dienst hanteert. De sociale dienst heeft toegezegd te zullen zorgen voor een betere voorlichting, hetgeen de ombudsman met belangstelling zal volgen.

Deel deze pagina op

Nieuws

Waar blijft de stadjerspas?

17 april 2019

Een vrouw ontvangt ondanks meerdere pogingen keer op keer geen nieuwe stadjerspas.

lees verder »

Verhuurders de dupe van gebrekkige informatievoorziening

09 april 2019

De gemeente heeft per 1 juli 2015 het kamerverhuurbeleid aangescherpt. De (onbekendheid met deze) beleidswijziging heeft tot 6 onderzoeken van de ombudsman geleid.

lees verder »