Tekstgrootte
kleiner groter

Geen reactie

18.7.056 Noordelijk Belastingkantoor

Trefwoorden: reactietermijn, voortvarendheid, informatievoorziening, systeem

Een moeder vertelt dat ze in juni 2017 voor haar zoon kwijtschelding heeft aangevraagd voor de waterschapsheffingen en de gemeentelijke belastingen voor de jaren 2014 tot en met 2017. Ondanks herhaaldelijke telefoontjes heeft ze nog steeds geen besluit hierover ontvangen. Inmiddels heeft ze wel telefonisch te horen gekregen dat de kwijtschelding over 2017 en 2018 in april (2018) is verleend. Het Noordelijk Belastingkantoor (NBK) zou haar zoon daarover een brief hebben gestuurd, maar die heeft hij nooit ontvangen. Ook begrijpt moeder niet waarom de eerdere jaren niet zijn meegenomen. Ze wil graag duidelijkheid en vindt dat ze lang genoeg heeft gewacht en geprobeerd. Ook wil ze duidelijkheid over een terugstorting van € 132,47 op 1 juni 2018. En over de in de brief van 6 juni 2018 aan haar zoon toegezegde terugstorting van € 101,65, terwijl hij nog € 163,87 moet betalen.
Uit het onderzoek van de ombudsman komt naar voren dat het NBK erkent dat er niet tijdig is gereageerd op het verzoek om kwijtschelding. Voor de niet voortvarende behandeling biedt het NBK excuses aan. Het NBK heeft verder laten weten dat kwijtschelding wordt verleend voor de gemeentelijke heffingen over 2015, 2017 en 2018 en voor de waterschapsheffingen over 2015 tot en met 2018. Het NBK legt uit dat voor de gemeentelijke heffingen over 2014 en 2016 geen kwijtschelding kan worden verleend, omdat het verzoek daarvoor meer dan 3 maanden na de betaling is ingediend. Dit is in de wet zo geregeld. Over de niet ontvangen brief over de kwijtschelding 2017 en 2018 laat het NBK weten dat het erop lijkt dat deze niet is verzonden. Maar dat een medewerker heeft aangenomen dat er een brief is verstuurd toen deze in het systeem zag dat de kwijtschelding voor beide jaren was toegekend. De terugstorting blijkt de teruggave van de waterschapsheffing 2017 te zijn. Het oorspronkelijke bedrag van deze aanslag was € 125,47. Maar aangezien er een bedrag van € 132,47 is betaald, wordt er ook € 132,47 teruggestort. Over de brief van 6 juni 2018 geeft het NBK aan dat er een te betalen bedrag overbleef, terwijl het teruggestorte bedrag niet is verrekend. Dat komt omdat het NBK een nieuwe organisatie is die teruggaven met rechtsvoorgangers (gemeente en waterschap) onderling niet mag verrekenen. De ombudsman stelt vast dat het NBK is tekortgeschoten in de informatievoorziening nu zij hierover geen uitleg heeft gegeven in de brief. Verder stelt de ombudsman vast dat moeders inzet ertoe heeft geleid dat er een kwijtschelding is toegevoegd, namelijk die voor de afvalstoffenheffing 2015. En dat is mooi. Door een gebrek in het systeem krijgt haar zoon zelfs 100% kwijtgescholden in plaats van de 50% die het eigenlijk is. De ombudsman merkt hierover op dat het systeem blijkbaar nog niet op orde is, zodat alles correct kan worden verwerkt. En dat is zorgelijk. Zij zal dit met aandacht blijven volgen.   

Deel deze pagina op

Nieuws

Sluiting Hemelvaartsdag

21 mei 2019

In verband met Hemelvaartsdag is het kantoor van de ombudsman gesloten op 30 mei 2019.

lees verder »

Jaarverslagen 2018 Stichting WIJ en NBK

15 mei 2019

Voor het eerst brengt de ombudsman Groningen een jaarverslag uit van de klachten die zij behandelde over stichting WIJ en het Noordelijk Belastingkantoor (NBK).

lees verder »