U bent hier

Hou(d)(t) afspraak

Trefwoorden: informatieverstrekking, verwachting, toezegging

Een woonbootbewoner beklaagt zich erover dat de gemeente hem onjuiste informatie verstrekt over aan hem geleverd hout. Ook zou de gemeente gewekte verwachtingen niet nakomen. Na afronding van werkzaamheden aan zijn steiger, die door een aannemer in opdracht van de gemeente zijn verricht, komt de woonboot van de man weer op zijn ligplaats te liggen. Tussen de ligplaats en de steiger heeft de aannemer een fundering in het water gemaakt. Daarop heeft de man zelf een nieuw terras aangelegd en een schuur gebouwd. Hij verwachtte hiervoor een vergoeding. Een afspraak hierover zegt de gemeente niet te kennen. Volgens de aannemer en de gemeente heeft de man namelijk hout gekregen. De man daarentegen stelt uitdrukkelijk dat hem geen hout is geleverd.

De ombudsman ziet in de vastgelegde afspraken van 2015 dat de aannemer funderingspalen en langsliggers zou leveren en monteren. Het kan zijn dat de gemeente en de aannemer hierop doelen waar zij het hebben over de levering van hout. Deze palen zouden echter uit de opbrengst van de te slopen en af te voeren terrasboot van de man worden betaald en niet als tegenprestatie voor zijn werkzaamheden. De gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat de aannemer daarnaast nog ander hout heeft geleverd. Dat betekent dat de brief van de gemeente van 15 juli 2019 waarin zij dit beweert op dit punt niet correct is.

De woonbootbewoner verwachtte ook niet dat hij hout zou krijgen als tegenprestatie. Hij zou zelf het hout voor zijn terras en schuur aanschaffen wat hij ook met nota’s heeft aangetoond. Hij verwachtte dat dit hout zou worden vergoed tot een waarde van 3.500 euro. Die verwachting baseerde hij op een zogenaamde checklist van de aannemer en een e-mail van de gemeente aan een van zijn buren.

De ombudsman ziet in de schriftelijke afspraken van september 2015 tussen de man en de aannemer geen afspraak over vergoeding voor materiaal voor terras en schuur. Als het wel was afgesproken, had het voor de hand gelegen dat het in deze afspraken zou staan. De ombudsman heeft geen andere bewijsstukken gezien waarop de verwachting van de man zou kunnen zijn gebaseerd dat hij een vergoeding zou krijgen. Verder maakt de ombudsman uit de stukken niet op dat de man op enig moment vóór zijn brief van 17 januari 2019 de aannemer of de gemeente op de hoogte heeft gesteld dat hij een vergoeding verwachtte. Zijn verwachting lijkt alleen te zijn gebaseerd op een actie van de gemeente met betrekking tot een van zijn buren. Die actie betrof een bemiddeling tussen de aannemer en die buren om tot een maatwerkoplossing te komen. Voor de man was een maatwerkoplossing blijkbaar niet nodig. Gelet op de vastgelegde afspraken in september 2015 leken verzoeker en de aannemer er zelf netjes uit te komen. Er is volgens de ombudsman dan ook geen sprake van gerechtvaardigde verwachtingen.