U bent hier

Geen gezicht!

Trefwoorden: vergunning, aannemer

Een man beklaagt zich erover dat de gemeente niet reageert op zijn klacht over het voortdurend gebruik van de berm tegenover zijn woning als opslag van bouwmateriaal. De man wil graag dat er een einde komt aan het gebruik van deze plek. Hij wil dat de gemeente in het vervolg strenger omgaat met het verlenen van vergunningen voor deze plek. Omdat de klacht nog niet eerder behandeld is door de gemeente, stuurt de ombudsman de klacht eerst door naar de gemeente. Hierop reageert de gemeente echter niet binnen de wettelijke termijn van 6 weken en daarom neemt de ombudsman de klacht in onderzoek. De klacht is namelijk 7 weken onbehandeld gebleven voordat deze werd doorgestuurd naar de juiste afdeling. Dit getuigt niet van een goede organisatie. De gemeente biedt haar excuses aan voor het niet tijdig behandelen van de klacht. Dat is netjes. Over het langdurige gebruik van de berm als opslagplaats legt de gemeente uit dat er eerder informeel toestemming aan aannemers is gegeven om de plek als opslag te gebruiken. Deze informele werkwijze is echter veranderd. Voortaan is een vergunning nodig. De gemeente zegt daarbij toe dat zij de betreffende locatie de komende jaren niet snel weer zal uitgeven. De huidige aannemer heeft in verband met de corona-maatregelen vertraging opgelopen en daarom heeft hij toestemming om nog tot en met februari 2021 gebruik te maken van de opslagplaats. Mede naar aanleiding van een andere klacht hierover, heeft de gemeente met de aannemer afgesproken dat die schermen zal plaatsen met afbeeldingen van bijvoorbeeld hagen erop. Dat de gemeente meedenkt en zoekt naar een oplossing vindt de ombudsman netjes.