U bent hier

Gebrekking onderhoud graftuin

Een man klaagt over het gebrekkige onderhoud van de graftuin van zijn ouders op het Selwerderhof terwijl hij hiervoor via een belastingaanslag wel de onderhoudskosten betaalt. Hij is hierover al sinds 2013 in contact met de gemeente. Naar aanleiding van een bezwaarschrift zijn er afspraken gemaakt, maar die worden volgens hem niet nagekomen. Als de man voor 2019 weer een aanslag ‘begrafenisrechten’ ontvangt, dient hij bij de gemeente een bezwaarschrift in. Daarin vraagt hij ook om duidelijkheid wat hij kan verwachten van het onderhoud en een passende oplossing. Omdat een reactie op zijn bezwaarschrift uitblijft, stapt de man naar de ombudsman. De ombudsman legt de klacht voor aan de gemeente. Omdat het NBK namens de gemeente de belastingen afhandelt, stuurt die de klacht door naar het NBK. Vrij vlot daarna ontvangt de man van het NBK een beslissing op zijn bezwaarschrift. Een verklaring waarom de afhandeling is vertraagd krijgt de man niet, wel excuses. Het NBK geeft in zijn reactie wel uitleg over de opbouw van de aanslag en stuurt bovendien de verordening begrafenisrechten 2019 mee, maar gaat wegens het gebrek aan “fiscale relevantie” inhoudelijk niet in op de vraag hoe dit onderhoud eruit ziet. De ombudsman stelt vast de verordening niets vermeldt hierover. Uit het onderzoek blijkt verder dat de gemeente het probleem met de beplanting erkent. Dat de planten steeds doodgaan heeft gedeeltelijk te maken met de ligging in combinatie met de ondiepte van het grafmonument. De ombudsman ziet verder dat de gemeente in overleg met de man heeft meegedacht en bereid is geweest om te zoeken naar passende oplossingen. Hierin ziet de ombudsman geen onbehoorlijke gedraging. In het laatste gesprek dat de man met de gemeente had, is volgens de gemeente aangeboden om de planten te vervangen en op haar kosten marmergruis aan te brengen. Omdat de man er niet over rept en er geen gespreksverslag is, kan het zijn dat de afspraak over het marmergruis niet duidelijk is geweest. De gemeente laat weten dat dit aanbod nog steeds geldt. De man kan kenbaar maken of hij dit alsnog wil. Als de ombudsman hem hierop wijst, gaat de man alsnog in op het aanbod. Hiermee is uiteindelijk een oplossing gevonden.