U bent hier

Wat is er veranderd?

Een vrouw begrijpt niet waarom ze in 2019 geen gedeeltelijke kwijtschelding van de waterschaps- en gemeentelijke belastingen ontvangt. De jaren ervoor kreeg ze namelijk wel kwijtschelding. In de beslissing op haar beroep zegt het NBK dat ze voldoende middelen heeft om de belasting te betalen. De vrouw meent echter dat haar inkomen ten opzichte van voorgaande jaren niet is veranderd. Verder zegt het NBK dat haar betalingscapaciteit 316 euro bedraagt, maar ze moet 383 euro betalen. Daar begrijpt ze niets van. Ze is daarom voor een nadere toelichting bij het NBK geweest, maar de medewerkers die ze sprak konden het niet uitleggen. Het enige dat de vrouw zelf kan bedenken is dat het ligt aan een wijziging van haar zorgverzekering. Of dit daadwerkelijk de reden is, blijft onduidelijk en daarom gaat ze naar de ombudsman.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de betalingscapaciteit op grond van het netto besteedbaar inkomen wordt vastgesteld. Het netto besteedbaar inkomen is het inkomen (in het geval van de vrouw: WIA + vakantiegeld) min bepaalde uitgaven (woonlasten en ziektekosten). Door de aanpassing van haar zorgverzekering betaalde de vrouw in 2019 minder ziektekostenpremie (131 euro). Daardoor had ze geen aftrekbare ziektekosten en was het netto besteedbaar inkomen dus hoger.
Het is wel zuur voor de vrouw dat ze haar zorgverzekering aanpast om te bezuinigen op de maandelijkse uitgaven, maar daardoor geen recht meer heeft op kwijtschelding van de belastingen. Wat haar bezuinigingsmaatregel weer tenietdoet. De berekening van de betalingscapaciteit is echter vastgelegd in beleid waarover de ombudsman niet mag oordelen. Omdat haar betalingscapaciteit (= 316 euro) hoger is dan het bedrag dat (maximaal) kwijtgescholden kan worden (= 281 euro) heeft de vrouw volgens het NBK voldoende middelen om de gehele belastingaanslag te kunnen betalen. Gelukkig begrijpt de vrouw nu wat er aan de hand was.