U bent hier

Lang geen duidelijkheid voor ouders

Een jongere krijgt op grond van de verlengde Jeugdwet dagelijks intensieve begeleiding van een zorgaanbieder. In februari 2019 loopt de indicatie hiervoor af. De ouders van deze jongere beklagen zich over de gang van zaken rondom de verlenging van deze indicatie.

 

Aflopende indicatie

In augustus 2018 meldt de zorgaanbieder zich bij WIJ Groningen om deze indicatie te verlengen. WIJ kijkt, in samenspraak met de afdeling Beschermd Wonen (BW) of de hulp voor de jongere niet vanuit de regeling beschermd wonen kan worden verstrekt.

Dit gebeurt echter zonder overleg met de ouders en de zorgaanbieder. Pas enkele dagen voor afloop van de indicatie krijgen de ouders te horen dat ze een officiële melding moeten doen. Als de indicatietermijn kort daarna daadwerkelijk verloopt, is er nog geen nieuwe indicatie. Omdat hulp voor de zoon nog steeds noodzakelijk is, zet de zorgaanbieder de dagelijkse intensieve begeleiding voort.

BW laat vanwege de complexiteit van de zaak een extern bureau onderzoek doen. Als dit onderzoek 5 maanden later nog niet is afgerond, verleent BW een tijdelijke indicatie voor beschermd wonen. De zoon ontvangt een persoonsgebonden budget (PGB) dat bijna de helft is van wat hij eerder kreeg en dat lang niet de kosten dekt van de zorgbehoefte en de verleende zorg. De ouders beklagen zich bij de ombudsman over de gang van zaken en het uitblijven van een definitief besluit. Als de ombudsman BW hierop wijst, wordt een besluit genomen dat geldt voor de rest van het jaar.

De ombudsman constateert dat de ouders meerdere keren aan zowel WIJ als BW hebben gevraagd waarom hun zoon uit de verlengde Jeugdwet is gehaald en is ondergebracht bij BW. Tijdens het klachtenonderzoek leggen WIJ en BW uit dat hulp vanuit de verlengde Jeugdwet tot 23 jaar alleen mag worden toegekend als er geen passende hulp vanuit een voorliggende voorziening, zoals BW geboden kan worden. Dat moest eerst worden uitgezocht. De ombudsman kan deze uitleg volgen, maar vindt wel dat de uitleg gegeven had moeten worden toen de ouders daarnaar vroegen. Nu dit niet is gebeurd, handelden WIJ en BW op dit punt niet correct. Verder stelt de ombudsman vast dat er ruim 2 maanden na de melding, in november 2018, een einde lijkt te zijn gekomen aan de oriënterende fase van WIJ en BW. Op dat moment neemt BW de behandeling van WIJ namelijk over. De ouders en de zorgaanbieder hadden toen daarover geïnformeerd moeten worden. Zeker omdat de contacten vanaf dat moment via BW gingen en omdat er een andere aanvraag gedaan moest worden.

Omdat ouders en zorgaanbieder dat niet wisten, ging er onnodig tijd verloren en dat veroorzaakte uiteindelijk stress kort voor afloop van de indicatietermijn. 

De ombudsman constateert dat er in de periode van november 2018 tot half januari 2019 geen sprake is van voortvarend handelen door BW. De verklaring voor deze vertraging ligt in de organisatie en BW heeft maatregelen getroffen om dit in de toekomst te voorkomen. Ten aanzien van het verstrijken van de termijn van de lopende indicatie laat BW weten dat zij in toekomstige gevallen bij uitblijvende informatie de zaak eerder zal forceren. Een van de mogelijkheden is om de indicatie tijdelijk te verlengen.

 

Onderzoeksbureau

Het onderzoeksbureau is ingeschakeld omdat de situatie van de zoon getoetst moest worden door een medisch adviseur. Tijdens het onderzoek van de ombudsman komt naar voren dat de gemeente het bureau nog niet heel lang kende, waardoor zij niet wist dat er een tekort was aan medisch adviseurs. De termijn van 8 weken die de gemeente had gegeven voor het onderzoek bleek daardoor veel te kort. In het vervolg zal de gemeente de indicatie standaard verlengen als dit bureau wordt ingeschakeld. De ombudsman oordeelt dat dit gelijk had gekund, gezien het tijdstip waarop het advies is gevraagd. Deze datum lag al na het verstrijken van de termijn van de lopende indicatie.

Een reden voor de termijnoverschrijding die het onderzoeksbureau aandraagt is dat zij een psychiatrisch rapport niet zouden hebben ontvangen. Omdat dit zorgelijk lijkt, doet de ombudsman navraag hoe dit zit. BW laat weten dat het bureau een beveiligd systeem heeft waar zij informatie rechtstreeks in kan zetten. Dat heeft BW ook met het rapport gedaan. Het blijft vreemd dat het onderzoeksbureau in een e-mail stelt dat die geen rapport van BW heeft ontvangen. Toen de ouders BW hierop wezen, had deze actie moeten ondernemen richting het onderzoeksbureau. Door dit na te laten, handelde BW op dit punt niet correct.

Ten slotte komt uit het klachtonderzoek naar voren dat niet duidelijk was of de ouders wel of niet mochten reageren op het conceptrapport van het onderzoeksbureau. De informatie die BW en het bureau daarover gaven was tegenstrijding. De ouders sturen hun commentaar aan BW. Daarop krijgen ze echter geen reactie. Eerst laat BW aan de ombudsman weten dat zij niets heeft gedaan met de reactie, maar later zegt zij daarmee wel rekening te hebben gehouden bij het uiteindelijke besluit. Het is voor de ouders niet duidelijk hoe hun reactie is meegewogen in de besluitvorming. Op hun argumenten wordt in het besluit niet specifiek ingegaan. Op dat punt is er dan ook geen sprake van een goede motivering.

 

Tot slot

WIJ en BW hebben laten weten het zeer vervelend te vinden hoe het proces is verlopen en hiervoor excuses aangeboden. Ze nemen deze ervaringen mee om hun processen beter in te richten, vooral in de regie op een complexe aanvraag en in de communicatie naar betrokkenen.

BW wil de ouders tegemoetkomen in de kosten die de zorgaanbieder heeft gemaakt in de periode waarin nog geen indicatie was afgegeven. Daarmee laat BW een coulante opstelling zien en dat is mooi.